Houtstook ruikt gezellig, maar wat doet het met de lucht in je eigen huis?
Zes op de tien Nederlanders vinden houtrook gezellig ruiken, stokers onderschatten het risico. Wat houtstook doet met de lucht binnen en hoe je de rook beperkt.
Een knapperend houtvuur, een deken en een kop thee. Voor veel mensen is dat het beeld van een gezellige herfstavond, en de geur hoort daar helemaal bij. Uit nieuw onderzoek blijkt hoe sterk dat gevoel is. Tegelijk gaat het over de lucht die je zelf inademt, in je eigen woonkamer. Dat deel van het verhaal krijgt veel minder aandacht.
Duurzaam Nieuws bracht op 20 oktober het onderzoek van Kenniscentrum Duurzaam Leven, het voormalige Milieu Centraal, naar buiten. Daarin gaat het vooral over wat mensen denken en voelen bij houtrook. Wij kijken naar de vraag wat stoken doet met de lucht binnen, en wat je daar als stoker zelf aan kunt doen.
Wat het onderzoek laat zien
Bijna zes op de tien Nederlanders (59 procent) denken bij de geur van houtrook spontaan aan warmte, sfeer of gezelligheid. Maar één op de tien denkt uit zichzelf aan gezondheid. Als je er expliciet naar vraagt, erkent driekwart wel dat houtstook luchtwegklachten kan veroorzaken. Het verband met hart- en vaatziekten is veel minder bekend. Een kwart is het eens met de stelling dat houtstook daaraan kan bijdragen, en 28 procent weet het niet.
Het opvallendste cijfer gaat over de stokers zelf. Van de mensen die binnenshuis hout stoken, schat 20 procent de gezondheidsrisico’s hoog in. Bij niet-stokers is dat 52 procent. Wie de kachel aansteekt, ziet het risico dus minder scherp. Dat is begrijpelijk, want je kiest ervoor omdat je het fijn vindt, maar juist de stoker en zijn gezin zitten het dichtst bij de bron.
Bijna vier op de tien Nederlanders hadden het afgelopen stookseizoen weleens last van de geur van houtrook. Bijna zeven op de tien van hen zeiden daar nooit iets van tegen de buren. Het onderzoek hoort bij de campagne Eerlijk over houtstook, die wordt gesteund door het Longfonds en GGD Leefomgeving.
Wat houtrook in je eigen huis doet
De discussie over houtstook gaat meestal over de buren en de wijk. Maar de rook blijft niet netjes in de schoorsteen. Het RIVM zette in een verkenning van de literatuur op een rij wat bekend is over het binnenmilieu bij stokers. In sommige onderzoeken werden in huizen met een kachel of open haard hogere concentraties gemeten van fijnstof, vluchtige organische stoffen en PAK’s dan in huizen zonder. Wat dat precies betekent voor de gezondheid, kon het RIVM op basis van die onderzoeken nog niet zeggen. Nederlands onderzoek naar het binnenmilieu ontbreekt bovendien.
Het Longfonds is in zijn factsheet van juni 2026 stelliger. Er komt altijd fijnstof vrij bij het stoken van hout, ook bij droog, onbehandeld hout of pellets, en dat is ongezond voor iedereen, de stoker incluis. Vooral kinderen zijn kwetsbaar, omdat hun longen nog in ontwikkeling zijn en ze sneller ademen. Volgens het Longfonds zorgt houtstook voor 26 procent van het fijnstof (PM2,5) dat in Nederland wordt uitgestoten, vreugdevuren meegerekend. Dat is meer dan het wegverkeer.
Waar zit het in huis? Het moment waarop rook het makkelijkst de kamer in komt, ligt voor de hand. Bij het aansteken, als de schoorsteen nog koud is en slecht trekt. En bij het bijvullen, als je het deurtje opent. Wie een open haard heeft, heeft dat probleem de hele avond, omdat er geen deurtje tussen het vuur en de kamer zit.
Zo beperk je de rook binnen
Een eerlijke kanttekening vooraf. Het Longfonds wijst op Vlaams en Australisch onderzoek waaruit blijkt dat stooktips de luchtkwaliteit in een wijk niet verbeteren. Minder stoken blijft dus de enige manier die echt verschil maakt. Stook je toch, dan kun je wel voorkomen dat je de rook onnodig binnenhaalt.
Laat de ventilatieroosters open terwijl de kachel brandt. Een kachel verbruikt zuurstof, en een goed geventileerde kamer voert de stoffen die binnen komen ook weer af. Open het deurtje bij het bijvullen rustig en kort, op een moment dat het vuur goed brandt. Stook alleen droog, onbehandeld hout. Nat, geverfd of geïmpregneerd hout geeft veel meer rook, en dat geldt ook voor plaatmateriaal en oud papier. Hoe je de kachel zelf schoner laat branden, lees je in ons stuk over de houtkachel winterklaar maken.
Kijk ook naar de Stookwijzer van het RIVM. Die geeft per postcode aan of het weer geschikt is om te stoken. Bij windstil en mistig weer blijft rook laag hangen, en dan komt hij via ramen en roosters ook je eigen huis weer in. Steeds meer gemeenten koppelen er regels aan. In Amersfoort mag je sinds 1 oktober 2024 binnen geen hout stoken bij code oranje of rood, en Eindhoven volgde per 1 oktober 2025.
Hang daarnaast een koolmonoxidemelder op in de ruimte met de kachel. Die meet geen fijnstof, maar waarschuwt wel voor het gas dat ontstaat bij slechte verbranding. Welke melder geschikt is, zochten we eerder uit in ons stuk over een koolmonoxidemelder kiezen.
Gezellig zonder rook
Wat het onderzoek vooral laat zien, is dat de geur van houtrook een gevoel oproept dat we niet graag kwijtraken. Gedragsexpert Judith Roumen noemt dat in de bron heel menselijk. Dat gevoel van warmte en licht kun je ook op andere manieren halen. Kaarsen van stearine of koolzaadwas, een elektrische sfeerhaard, of een extra kleed en een warme trui. Wat een elektrische bijverwarming doet met je binnenlucht en je energierekening, zochten we eerder uit in ons stuk over een elektrische kachel bijzetten.
Wij snappen goed dat je een houtvuur niet zomaar opgeeft. Maar als je dan stookt, doe het met de wetenschap dat de gezelligheid een prijs heeft die je vooral zelf betaalt. Een avond minder, de roosters open en alleen droog hout scheelt meer dan je denkt.