Kaarsen branden en fijnstof: wat de nieuwe studie zegt over je binnenlucht
Een Britse studie mat vier tot zeven keer zoveel fijnstof na het branden van een kaars. Wat dat betekent voor je woonkamer en hoe je toch van kaarslicht geniet.
Een paar kaarsen op tafel en de gordijnen dicht. Het hoort bij eind oktober, en de donkere avonden beginnen nu pas echt. Toch krijgt die gewoonte er deze week een kanttekening bij. Duurzaam Nieuws schreef op 29 oktober over een Britse studie met 26 volwassenen, waarin de concentratie fijnstof in een kleine, afgesloten ruimte een uur na het doven van een kaars vier tot zeven keer zo hoog lag als ervoor. Het gemeten niveau kwam daarmee boven de Europese norm uit.
Dat klinkt alarmerend, en een deel ervan is het ook. Maar de meting zegt vooral iets over één bepaalde situatie, en juist die situatie kun je thuis grotendeels vermijden. Wat de studie wel en niet laat zien, en hoe je een kaarsavond zo inricht dat de lucht het aankan, lees je hieronder.
Wat er gemeten is, en wat niet
Het belangrijkste woord in het onderzoek is afgesloten. De metingen gingen over een kleine kamer zonder ventilatie, het slechtst denkbare scenario. In die ruimte hoopt fijnstof zich op, omdat het nergens heen kan. In een woonkamer met open roosters of een kiepraam verdwijnt een deel van die deeltjes continu naar buiten.
Er is ook eerder Brits onderzoek dat kaarsrook gebruikte. De University of Birmingham liet in februari 2025, samen met de University of Manchester, 26 proefpersonen een uur lang lucht inademen die met kaarsrook was vervuild, en daarna nog eens schone lucht. Vier uur na de vervuilde sessie scoorden ze slechter op tests voor selectieve aandacht en het herkennen van emoties op gezichten. Hun werkgeheugen bleef gelijk. De kaars was daar overigens een hulpmiddel. De onderzoekers kozen hem omdat je er makkelijk het fijnstofniveau van een drukke stad mee nabootst.
Daarmee is ook gezegd wat er niet uit volgt. Niemand heeft aangetoond dat een avond kaarsen schade aan je hersenen geeft. Een biomedisch onderzoeker van de Universiteit Hasselt wijst er volgens Duurzaam Nieuws op dat fijnstofdeeltjes via de ademhaling de hersenen kunnen bereiken, maar welke klachten dat na een gewone avond geeft, is onbekend. Wat wel vaststaat zijn de klachten aan de luchtwegen. Het Longfonds noemt hoesten, kortademigheid, piepen en geïrriteerde ogen, en die nemen toe naarmate er meer kaarsen tegelijk branden.
Een cijfer dat in dit verband vaak voorbijkomt hoort er eigenlijk los van. Uit eerder onderzoek van het Longfonds bleek dat de lucht door fijnstof in één op de zeven Nederlandse huizen het grootste deel van de dag onvoldoende is. Dat gaat over alle bronnen samen, dus ook koken, roken en de houtkachel. Wie al stookt, telt daar de kaarsen bij op. Wat houtstook met je binnenlucht doet, zetten we apart op een rij in ons stuk over houtstook in je eigen huis.
Luchten is iets anders dan ventileren
Het meest bruikbare inzicht zit in een onderscheid dat Milieu Centraal maakt, en dat veel mensen door elkaar halen. Luchten doe je kort en krachtig, bijvoorbeeld een kwartier ramen en deuren tegen elkaar open. Ventileren gaat de hele tijd door, via roosters, een kiepraampje of mechanische ventilatie.
Voor een kaarsavond maakt dat een groot verschil. De Britse meting liet zien dat de concentratie een uur na het doven nog hoog was. Fijnstof blijft dus hangen nadat de vlam uit is. Een kwartier luchten als iedereen naar bed gaat, haalt een deel weg, maar je hebt dan de hele avond al in die lucht gezeten. Wie de roosters de hele avond open laat, voorkomt dat het zich ophoopt. Het Longfonds raadt aan de ventilatieroosters 24 uur per dag open te houden, en dat advies weegt juist op een avond met kaarsen zwaar.
Bang voor een koude kamer hoef je daarbij niet te zijn. Een rooster op een kier kost weinig warmte, zeker vergeleken met een raam dat lang wijd open staat. Hoe je ventileren en een warm, droog huis combineert, staat in ons artikel over vocht in huis in de herfst.
Welke kaars, welke plek
De soort kaars en hoe hij brandt maken meer uit dan het aantal minuten. Binnenluchtexpert Marianne Stranger zegt in het bronartikel dat geurkaarsen gemiddeld meer roet en fijnstof geven dan kaarsen zonder geur. Bij geurkaarsen komen daarbij stoffen als formaldehyde, benzeen en acroleïne vrij. Eén geurkaars blijft meestal onder de richtlijnen voor binnenlucht, maar bij lang branden en weinig verse lucht kan het daarboven uitkomen.
Ook de vlam zelf telt. Een kaars die flakkert of druipt verbrandt onvolledig en geeft meer fijnstof en koolmonoxide. Zet hem dus uit de tocht. Opvallend is dat het Longfonds ook een hoog glas om de kaars afraadt, terwijl dat juist rustig oogt. Volgens het fonds kan zo’n glas eveneens meer fijnstof opleveren. Een lage houder of een gewone kandelaar is beter.
Praktische brandtips, zoals de lont bijknippen en een kaarsendover gebruiken, gaven we eerder al in ons stuk over kaarsen als warmtebron. Daar staat ook dat het voor de uitstoot volgens de Rijksoverheid nog niet bewezen uitmaakt of een kaars van paraffine, stearine, bijenwas of soja is.
Kaarslicht zonder de rook
Het Longfonds raadt ledkaarsen of schemerlampjes aan voor wie sfeerlicht wil. Dat is geen sluitende vervanging, want een echte vlam beweegt en ruikt anders. Een tussenweg werkt in de praktijk goed. Brand een of twee echte kaarsen zonder geur op tafel, met de roosters open, en laat ledlichtjes de rest van de kamer doen. Dan houd je de vlam waar je naar kijkt en schrap je de bron in de hoek waar niemand op let.
Longarts Hanna Kuiper van het Franciscus-ziekenhuis wijst er in het bronartikel op dat goede ventilatie rond kerst extra telt, omdat er dan meer kaarsen branden. Dat is een goede reden om het nu al te regelen. Wie in november de gewoonte heeft om de roosters open te laten, hoeft er in december niet meer over na te denken. Kaarslicht blijft dan wat het hoort te zijn, iets waar je van geniet zonder dat je er de volgende ochtend een kriebelhoest aan overhoudt.