Kaarsen als warmtebron: hoeveel warmte geeft een kaars in je kamer echt?
Een kaars geeft 30 tot 80 watt warmte. De rekensom naast een elektrische kachel, waarom kaarslicht warmer voelt en hoe je kaarsen zo schoon mogelijk brandt.
Op een donkere oktoberavond een paar kaarsen aansteken voelt meteen warmer. De vraag is of het ook echt warmer wordt. In Finland, waar het in Lapland ’s winters 30 graden kan vriezen, horen kaarsen bij de lange avonden. Een kaars levert daar volgens Duurzaam Nieuws 30 tot 80 watt warmte. Klinkt als iets, maar wat heb je eraan in een Nederlandse woonkamer?
Duurzaam Nieuws zocht het op 27 oktober uit en komt tot een nuchtere conclusie. Om een kamer helemaal met kaarsen te verwarmen, heb je er tientallen nodig, en dat is geen zinnige manier om je huis warm te houden. Hieronder de rekensom voor thuis, en welke kaarsen je het best kunt branden als je er toch van wilt genieten.
De rekensom: kaarsen naast een kachel
Neem een gezellige avond met zes kaarsen op tafel. Bij 30 tot 80 watt per stuk geven ze samen 180 tot 480 watt aan warmte. Ter vergelijking: een elektrische bijzetkachel staat vaak op 2000 watt, en op de halve stand op 1000 watt. Dat rekenden we eerder voor in ons stuk over een elektrische kachel bijzetten. Zes kaarsen komen dus in de buurt van een kwart tot de helft van zo’n kacheltje op een lage stand.
Dat strookt met wat Duurzaam Nieuws schrijft: in een kleine, goed geïsoleerde kamer kan een groep kaarsen ongeveer evenveel warmte geven als een kleine elektrische kachel op een lage stand. Toch stijgt de temperatuur daardoor niet per se merkbaar. Hoe groter de kamer en hoe meer warmte er via ramen en kieren verdwijnt, hoe minder je ervan voelt.
Wil je de kamer met kaarsen alleen op het niveau van een kachel op 1000 watt brengen, dan heb je er al gauw dertien tot ruim dertig tegelijk nodig. Dan gaat het niet meer over sfeer, maar over open vuur door de hele kamer en een flinke hoeveelheid rook. Een ledkaars warmt de lucht trouwens helemaal niet op; die geeft alleen licht.
Waarom kaarslicht toch warmer voelt
De warmte die je ervaart, komt vooral van het licht. Een flakkerende vlam geeft zachter en geler licht dan een felle witte lamp, en dat helpt ’s avonds om tot rust te komen. Dat heet gevoelswarmte. De thermometer verandert niet, maar je voelt je wel behaaglijker. Dat is niets om weg te wuiven, zolang je er geen besparing op je verwarming van verwacht. Heb je het echt koud, dan doet een deken of een paar dikke sokken volgens Duurzaam Nieuws meer dan extra vlammen op tafel. Gordijnen dicht zodra het donker wordt en tochtstrips onder de deuren helpen de warmte die er al is langer vast te houden.
Welke kaarsen het schoonst branden
Elke kaars geeft bij het branden roet af, en daarmee fijnstof en vluchtige organische stoffen zoals benzeen en formaldehyde, plus kleine hoeveelheden koolmonoxide. Dat staat op Waarzitwatin, de informatiesite van de Rijksoverheid over chemische stoffen in producten. Kaarsen zijn er een belangrijke bron van fijnstof in huis.
Het verrassende is dat de soort was minder uitmaakt dan je zou denken. Volgens Waarzitwatin is nog niet bekend of de hoeveelheid schadelijke stoffen verschilt per brandstof, of dat nu paraffine, stearine, bijenwas of sojawas is. Ook voor de bewering dat sojakaarsen schoner branden, is geen wetenschappelijk bewijs. Wat wel verschil maakt, is hoe de kaars brandt.
- Een rustige vlam. Flakkert de vlam of druipt de kaars, dan ontstaat er meer roet. Zet kaarsen dus nooit op de tocht, bij een open raam of naast een deur.
- Een korte lont. Knip de lont bij tot ongeveer een centimeter, of zoals op de verpakking staat.
- De eerste keer lang genoeg branden. Laat een nieuwe kaars branden tot de hele bovenlaag gesmolten is. Daarna brandt hij gelijkmatiger.
- Doven in plaats van uitblazen. Met een kaarsendover adem je minder rook in en spat er geen heet kaarsvet.
- Niet te veel tegelijk. En niet samen met wierook of de open haard, want dan tel je de uitstoot bij elkaar op.
Bij geurkaarsen komt er nog iets bij. Geurstoffen als limoneen en linalool kunnen bij gevoelige mensen een allergische reactie geven als de walm met de huid in contact komt. Reageert iemand in huis daarop, kies dan ongeparfumeerde kaarsen. Ventileer in elk geval tijdens en na het branden; een raam op een kier is genoeg. Hoe je dat combineert met een warme kamer, lees je in ons stuk over vocht en ventileren in de herfst.
Veilig branden
Een kaars is open vuur. Zet hem op een stevige, vlakke ondergrond, ver van gordijnen en andere brandbare spullen, en buiten bereik van kinderen en huisdieren. Blaas of doof alles als je de kamer uitgaat of naar bed gaat. Heb je jonge kinderen of een nieuwsgierige kat, dan zijn ledkaarsen een prima alternatief, ook al geven die geen warmte.
Onze conclusie is dus tweeledig. Als verwarming is een kaars een vergissing, en wie dat doet, zit straks met rook en roet in plaats van een lagere rekening. Als sfeermaker op een herfstavond is hij onovertroffen. Steek er een paar aan, met een rustige vlam en een raam op een kier, en trek een deken over je benen. Dan heb je het beste van allebei.