Waarom het klimaatgesprek altijd weer over de supermarkt gaat
Boodschappen krijgen de schuld terwijl de olie blijft stromen. Over de verhouding tussen jouw keuzes in het schap en wat er echt op het spel staat.
Klimaatverslaggever Jeroen Kraan kreeg vorige week boze reacties omdat hij over de ingrediënten van een zak chips had geschreven. De strekking, schrijft hij in zijn column De broeikas op nu.nl: waarom moet het alwéér over onze keuzes in het schap gaan, terwijl de wereld dagelijks honderd miljoen vaten olie doorjaagt? Ik herken die reactie, en ik denk dat hij half klopt.
Waarom het altijd in het schap eindigt
De supermarkt is de enige plek waar een klimaatverhaal je elke week fysiek in handen komt. Een raffinaderij zie je nooit, een emissiehandelssysteem kun je niet vastpakken, maar een pak koffie wel. Dus daar landt het gesprek, en daar landt ook de schuldvraag. Dat is geen samenzwering van de olie-industrie, het is gewoon de kortste route van een groot probleem naar een klein handvat.
Het scheve zit hem in wat er daarna gebeurt. Zodra het over jouw boodschappen gaat, verandert een vraag over beleid stilletjes in een vraag over karakter. Wie de dure haver koopt is goed bezig, wie dat niet doet niet, en ondertussen verandert er aan de aanbodkant niets. Dat is waar de irritatie van die lezers vandaan komt, en die irritatie is terecht.
Wat er deze week naast lag
Kraan zet er in dezelfde column het cijfer naast dat het perspectief goedmaakt. Een rapport van het VN-milieuprogramma voorspelt dat de aarde minstens 1,8 graden Celsius opwarmt ten opzichte van de tijd voor het massale gebruik van fossiele brandstoffen. De anderhalve graad uit het Parijsakkoord is daarmee definitief gepasseerd, hoeveel streekproducten je ook koopt.
Tegelijk gebeurt er aan de andere kant van de schaal wel degelijk iets. Spanje wil klimaatbeleid gaan betalen uit een permanente Europese belasting op de winsten van olie- en gasbedrijven. Vijf andere EU-landen riepen eerder al op tot een tijdelijke variant. Nederland zat er niet bij. Dat is precies het soort besluit dat honderd keer zwaarder weegt dan de inhoud van je boodschappentas, en het haalt zelden de voorpagina.
Wat ik ermee doe
Ik hou het bij twee dingen. Het eerste: schaal je eigen keuzes naar wat ze werkelijk zijn. De grote posten in een Nederlands huishouden zitten in verwarming, vervoer en vliegen, niet in de vraag of je merkloze of dure pindakaas koopt. Wie iets wil verschuiven, begint dus bij de ketel, de auto en de vakantie, en niet bij het schap. Wat een elektrische auto daar echt in scheelt, hebben we eerder uitgerekend.
Het tweede: hou op met het als eindexamen te zien. Kraan wijst erop dat zonne-energie ooit begon met huishoudens die panelen op hun dak legden voordat het rendabel was, met subsidie en fabrikanten erachteraan. Consumentengedrag doet iets, alleen zelden direct en nooit alleen. Dat is een prettiger uitgangspunt dan de gedachte dat het van jouw ontbijt afhangt.
En de bagatelliserende variant, dat individuele keuzes niets uitmaken en je dus net zo goed kunt doorleven, is even lui als het schuldgevoel. Beide leveren hetzelfde op: niets. Kies twee dingen die je makkelijk volhoudt, stem daarnaast op wat er aan de aanbodkant moet gebeuren, en laat de chipszak verder met rust.
Ondertussen komt de sterkste El Niño in decennia eraan, en die vraagt niet wat er in je mandje ligt. Daar hebben we hier de komende jaren meer mee te maken dan met de ingrediëntenlijst op een zak chips.