Uitstoot van cruiseschepen mogelijk schadelijker dan verkeer: wat dat betekent
Een havenstudie vond ultrafijne deeltjes met vanadium in scheepsuitstoot. Wat er gemeten is en wat de nieuwe EU-regels voor Nederland betekenen.
Wie langs een haven woont, kijkt vooral naar de kranen en de containers. De schepen zelf staan zelden bovenaan het lijstje verdachten als het over vieze lucht gaat. Een langlopend onderzoek in de Britse haven van Southampton draait dat om: de deeltjes die uit scheepsschoorstenen komen lijken schadelijker te zijn dan die uit het wegverkeer.
Wat de onderzoekers hebben gemeten
Een team van 32 onderzoekers begon in 2018 met metingen rond de dokken en nam ruim twee jaar lang luchtmonsters. Southampton leent zich daarvoor: er kwamen in 2025 meer dan 2,5 miljoen cruisepassagiers doorheen, het is de belangrijkste Britse haven voor auto’s en zeevracht, en de stad met haar 260.000 inwoners ligt benedenwinds van het hele complex.
Elke bron bleek een eigen handtekening te hebben. Benedenwinds van de cruiseterminal bestond de vervuiling uit ultrafijne deeltjes, kleiner dan de golflengte van licht, met daarin metalen als vanadium, nikkel, kobalt en molybdeen. Het aandeel vanadium liep zichtbaar op met het aantal cruiseschepen dat in de haven lag.
Dat vanadium komt niet uit de lucht vallen. Bij het raffineren van ruwe olie concentreert het van nature aanwezige metaal zich in de zware stookolie die overblijft als benzine en kerosine eruit zijn gehaald, en bij verbranding verdampt een deel ervan de schoorsteen uit. Projectleider Matthew Loxham van de University of Southampton legde het zo uit in The Guardian.
Waarom scheepsdeeltjes anders uitpakken dan uitlaatgassen
Het team testte de deeltjes op longcellen, deels afgestaan door inwoners van Southampton zelf. De deeltjes van de cruiseterminal zetten die cellen aan tot ontstekingssignalen en verminderden hun vermogen om virussen af te remmen. Vervolgproeven wezen het vanadium aan als de boosdoener.
Opvallend was het verschil tussen scheepstypen. Onderzoeker Nat Easton zag beduidend meer vanadium en nikkel in de deeltjes van cruiseschepen dan in die van containerschepen, en de verklaring is prozaïsch: een cruiseschip is een drijvend hotel voor soms meer dan vijfduizend mensen en houdt aan de kade zijn motoren draaiend voor verwarming, warm water, licht en de keukens. Een vrachtschip heeft dat niet nodig.
De havenbeheerder, Associated British Ports, wijst erop dat Southampton als eerste Britse haven grootschalige walstroom aanlegde, zodat schepen aan de kade hun motoren uit kunnen zetten. Ongeveer 15 procent van de cruiseschepen gebruikt die aansluiting. Dezelfde beheerder plaatste ook kanttekeningen bij de methode van het onderzoek. Dat is een reactie die je verwacht, en het is een van de redenen om dit als een eerste signaal te lezen en niet als een sluitend bewijs.
Wat dit voor Nederland betekent
Het onderzoek gaat over Engeland, en de Britse situatie verschilt op één belangrijk punt van de onze. In Southampton wordt ultrafijnstof niet standaard gemeten, en vanadium al helemaal niet, zoals Easton opmerkt. Een nieuwe Europese richtlijn gaat metingen van ultrafijnstof wel verplicht stellen, ook op plekken als havens en luchthavens, maar die geldt na de brexit niet in het Verenigd Koninkrijk. In Nederland geldt hij wel, en dat maakt Rotterdam, Amsterdam en IJmuiden op afzienbare termijn beter in beeld dan Southampton nu is.
Wat er in Nederland al bekend is over deze deeltjes en waarom ze zo lastig te vangen zijn in normen, staat overzichtelijk bij het RIVM. Kort gezegd: ultrafijnstof telt nauwelijks mee in de gebruikelijke maat voor fijnstof, omdat die op gewicht meet en deze deeltjes bijna niets wegen. Je kunt dus schone lucht meten en toch een probleem hebben.
Wie vlak bij een haven of een drukke vaarroute woont hoeft daar niet meteen van te schrikken. De onderzoekers benadrukken zelf dat er geen metingen zijn van hoe ver deze deeltjes zich verspreiden, en zonder dat weet niemand hoe groot de blootstelling buiten het havengebied is. Wat mij betreft is dat precies de conclusie: er is een aanwijzing dat we jarenlang naar de verkeerde bron hebben gekeken, en er is nog geen enkele reden om te doen alsof de omvang al vaststaat.
Voor het perspectief: het wegverkeer werd tot nu toe als de grootste boosdoener in de stad gezien, en juist daar gaat de uitstoot eindelijk omlaag. Dat maakt het aandeel van andere bronnen automatisch groter. Hoe je verbrandingsdeeltjes eigenlijk meet en waarom roet daarbij een bruikbare graadmeter is, lieten we eerder zien in ons stuk over roetmeting.