Tuin

Zaaiweek voor wilde bloemen: waarom inheems zaad meer insecten trekt

Van 21 tot en met 27 september is het Inheemse Zaaiweek. Waarom wilde soorten meer bestuivers voeden dan een kleurrijk mengsel, en hoe je nu zaait.

Marit 17 september 2026 4 min lezen
Korenbloemen en klaprozen in een wilde bloemenrand

Van 21 tot en met 27 september is het Inheemse Zaaiweek, een initiatief van de Bijenstichting, kwekerij Cruydt-Hoeck en Gardeners’ World. Het is een prettige week om in de agenda te hebben, want zaaien in het najaar voelt tegennatuurlijk terwijl het voor wilde bloemen juist het beste moment is. Maar de interessantere vraag is niet wanneer je zaait. Het is waarom uitgerekend inheems zaad zoveel meer insecten oplevert dan dat vrolijke zakje bloemenmengsel uit het tuincentrum.

Wat inheems zaad anders maakt

Het verschil zit in wat er met de bloem is gedaan. Sierplanten zijn generaties lang veredeld op wat wij mooi vinden, dus op grotere bloemen, meer bloemblaadjes en langer kleur houden. Bij die selectie verdwijnt vaak precies het deel waar een insect voor komt. Gardeners’ World vat het kort samen, wilde soorten leveren nectar en stuifmeel zonder de aanpassingen die dat aanbod juist verkleinen.

Er speelt nog iets mee dat in de discussie over bijen meestal wordt overgeslagen. Volwassen insecten hebben nectar nodig, maar hun larven eten iets heel anders, en die zijn vaak aan een handvol plantensoorten gebonden. Een tuin vol uitheemse bloeiers kan dus een keurig gedekte tafel zijn voor de volwassen dieren en tegelijk een woestijn voor de volgende generatie. Dat is voor mij het argument dat de doorslag geeft. Een bijenhotel ophangen is leuk, maar zonder de juiste planten in de buurt is het een leeg hotel.

Wie dit verder wil doortrekken naar de rest van de tuin, vindt in ons stuk over een bijenvriendelijke tuin maken de beplanting die het hele seizoen doorloopt.

Waarom het najaar beter werkt dan het voorjaar

Voor veel wilde bloemen is het najaar een prima startseizoen, en daar zitten twee verschillende redenen achter. De ene groep kiemt nu nog en kan als klein plantje de winter in, zodat hij in het voorjaar al wortels heeft terwijl de zaailingen van april nog moeten beginnen. De andere groep doet niets, en dat is de bedoeling, want die zaden hebben een periode kou nodig voordat ze überhaupt willen kiemen. Zaai je die in maart, dan gebeurt er dat jaar simpelweg niets.

Dat maakt zaaien nu ook een stuk makkelijker dan zaaien in het voorjaar. De grond is warm, er valt regelmatig regen en je hoeft dus niet weken achter elkaar met de gieter te lopen.

Begin bij de plek, niet bij het zakje

De grootste fout is een algemeen mengsel over de hele tuin strooien en hopen dat er iets van aanslaat. Kijk eerst waar het zaad terechtkomt, want de soorten verschillen echt per situatie.

Heb je een stuk dat je een paar keer per jaar maait, dus een echte bloemenweide, dan zijn knoopkruid, blauwe knoop, knolspirea, beemdooievaarsbek, muskuskaasjeskruid en de gewone margriet de soorten die daarmee overweg kunnen. Blijft het gras korter, rond een centimeter of vijftien, dan heb je planten nodig die tegen regelmatig maaien kunnen, zoals kruipend zenegroen, sleutelbloem, paardenbloem, madeliefje, rode en witte klaver en gewone brunel.

Voor borders, potten en grindstroken in de volle zon is de keuze het grootst. Eenjarig zijn grote klaproos, bolderik, korenbloem, gele ganzenbloem, bleke klaproos en duifkruid. Tweejarig zijn grote kaardenbol, wilde peen en wilde cichorei, die dus pas het tweede jaar bloeien. Als vaste plant doen gele morgenster en kruisdistel het daar goed. En de plek waar de meeste mensen het opgeven, de lichte schaduw onder bomen en struiken, heeft gewoon zijn eigen ploeg, met groot kaasjeskruid, grote muur, dagkoekoeksbloem en vogelwikke.

Vier dingen die het laten mislukken

Te dik zaaien is de klassieker. Ongeveer vier gram bloemenmengsel per vierkante meter is genoeg, en dat voelt als veel te weinig. Strooi je meer, dan verdringen de kiemplanten elkaar en houd je een paar sterke soorten over in plaats van een gevarieerde rand.

Leg je een nieuwe weide aan, maak dan eerst een zaaibed en haal er wekenlang het opkomende onkruid uit voordat je zaait. Wilde bloemen zijn in hun eerste weken geen sterke concurrenten, dus wie die voorbereiding overslaat, zaait feitelijk voor de brandnetels.

Zaai in de schaduw minstens een meter van de stam van bomen en struiken vandaan, want daar vlakbij is het gevecht om water en voeding al verloren voordat het begint. En heb je geen geschikte grond, dan mag je best in potten of bakken beginnen en de plantjes in het voorjaar uitzetten.

Verder is dit een klus die zich laat combineren. Wie dit weekend toch de tuin in gaat, kan het meenemen in de reeks tuinklussen die half september nog moeten gebeuren. Meer over de zaaiweek zelf staat bij de Bijenstichting.