Tuin

Planten stekken uit een stukje wortel: zo vermeerder je ze deze winter

Een stukje wortel van een vaste plant groeit uit tot een nieuwe plant. Welke planten geschikt zijn, wat je nodig hebt en hoe je wortelstekken in de winter neemt.

Marit 6 november 2026 5 min lezen
Stukjes wortel van een vaste plant op een werkbank naast een zaaibak met potgrond

Stekken doe je meestal in de zomer, met een groen topje dat in een glas water of een potje grond wortel schiet. Er is ook een manier die juist nu werkt, als de tuin stil ligt. Je neemt een stukje wortel van een vaste plant, en daar groeit een nieuwe plant uit. Gardeners’ World legde op 4 november uit hoe dat gaat. Het mooie eraan is dat je niets hoeft te kopen behalve een zak grond, en dat de moederplant er nauwelijks last van heeft.

Waarom wortelstekken in de winter

De beste tijd is van eind herfst tot begin winter, als de plant in rust gaat. Dan zit de energie in de wortels en niet in blad of bloemen. Ook de Britse tuinbouwvereniging RHS noemt midden tot eind herfst en vroege winter als moment. Een stukje wortel dat je nu afsnijdt, heeft de hele winter om ogen te vormen en loopt in het voorjaar uit.

Het is een methode die minder bekend is dan stekken van een topje, zoals we eerder deden bij geraniums in oktober en salvia in september. Juist daarom is hij handig. Je vermeerdert er planten mee die je met een topstek moeilijk aan de wortel krijgt.

Welke planten geschikt zijn

Niet elke plant wil uit een wortel groeien. Gardeners’ World en de RHS noemen onder meer deze vaste planten.

  • Met dikke wortels: toorts (Verbascum), oosterse klaproos (Papaver orientale), ossentong (Anchusa), akant (Acanthus), zeekool (Crambe maritima) en munt.
  • Met dunne wortels: herfstanemoon (Anemone hupehensis) en vlambloem (Phlox).
  • Volgens de RHS ook kogeldistel (Echinops) en bolprimula (Primula denticulata), en een aantal struiken en klimplanten, zoals sering, Japanse kwee en trompetbloem.

Twee uitzonderingen zijn goed om te weten, want daar gaat het vaak mis. Bonte planten met gestreept of gevlekt blad kun je niet zo vermeerderen. Volgens de RHS krijgen de nieuwe planten dan gewoon groen blad, omdat de bontheid niet in de wortel zit. En planten met één diepe penwortel, zoals kruisdistel en wildemanskruid, verdragen het slecht als je ze uitgraaft. Daar graaf je hooguit voorzichtig langs de zijkant om een paar wortels te pakken.

Wat je nodig hebt

  • Een handvork of spitvork om de wortels los te maken
  • Een scherp mes of een snoeischaar
  • Een zaaibak, of een pluggenbak met losse vakjes
  • Turfvrije potgrond
  • Scherp zand of grof grit, voor de dunne wortels en om af te dekken
  • Een fijne sproeier of gieter met broeskop
  • Een plantenlabel en een potlood

Potgrond, zand en zaaibakken vind je bij elk tuincentrum en de meeste bouwmarkten. Kies turfvrije grond. Turf wordt gewonnen uit veengebieden die daarmee verdwijnen, en voor stekken heb je het niet nodig.

Zo neem je de wortelstek

  1. Kies een gezonde, volgroeide plant. Graaf hem op, of graaf bij een grote plant aan één kant de grond weg tot je de wortels ziet. Spoel de aarde eraf zodat je ze goed kunt bekijken.
  2. Kies jonge, stevige wortels die ongeveer zo dik zijn als een potlood. Gardeners’ World houdt zo’n 5 millimeter aan. Neem nooit meer dan een derde van het wortelgestel, en zet de moederplant meteen terug.
  3. Haal de fijne zijworteltjes eraf. Onthoud welke kant het dichtst bij de plant zat, want een stek die je ondersteboven in de grond zet, groeit niet.
  4. Snijd de wortel in stukken. De RHS houdt voor de meeste planten 5 tot 10 centimeter aan, en snijdt de bovenkant recht en de onderkant schuin af. Zo zie je later meteen wat boven is.
  5. Dikke wortels zet je rechtop in de grond, één per vakje of zo’n 4 centimeter uit elkaar, met de rechte bovenkant net gelijk met of onder de grond. Dek af met een dun laagje zand.
  6. Dunne wortels drogen snel uit, dus werk die direct verder. Leg ze plat op een mengsel van potgrond en scherp zand, druk ze licht aan en dek ze af met een dun laagje zand of grond.
  7. Geef voorzichtig water met de sproeier, zodat de stekjes niet wegspoelen. Zet er een label bij met de naam en de datum.

Waar ze de winter doorbrengen

Wortelstekken hebben geen warmte nodig. De RHS zet ze de winter over in een koude bak. Een onverwarmde kas, een tuinhuisje met een raam of een beschutte plek tegen de muur werkt ook, als de bak maar niet bevriest en niet in de regen staat. Geef weinig water. Te natte grond laat de stekken rotten, en dat is de meest gemaakte fout.

Volgens Gardeners’ World kun je na ongeveer een maand de eerste blaadjes aan de bovenkant zien. Die komen eerder dan de nieuwe wortels, dus heb geduld. Wacht na de eerste blaadjes nog een paar weken voordat je ze apart oppot. Met een pluggenbak gaat dat makkelijker, omdat je de wortels minder verstoort. Uitplanten in de tuin doe je volgens de RHS het jaar daarop, als de jonge plant flink geworteld is.

Gratis planten, en een gezondere moederplant

Uit één flinke oosterse klaproos of akant haal je zo meerdere nieuwe planten, genoeg om een stuk border te vullen of er een paar weg te geven. Dat is voordeliger en minder verspillend dan elk voorjaar nieuwe potten kopen, die meestal in een plastic pot uit de kwekerij komen.

Heeft een oude plant te weinig bruikbare wortels, dan kun je hem volgens de RHS dit najaar opgraven, blad en wortels inkorten en terugzetten. Volgend najaar heeft hij dan jonge wortels gevormd die je kunt gebruiken. Zo is een wortelstek ook een manier om een vergrijsde vaste plant te verjongen. Wat er verder nog in de tuin te doen valt voor de vorst inzet, lees je in onze tuinklussen voor eind oktober.