Acht lekkere producten uit Nederland die je nog niet kende, en waar je ze koopt
Oplegkaas, Kanterkaas, gele komkommer en perencider: acht bijna vergeten producten uit Nederland, wie ze maakt, waarom ze bijzonder zijn en waar je ze vindt.
Nederland staat niet bekend als culinair walhalla, maar wie verder kijkt dan de supermarkt vindt nog genoeg dat ergens echt vandaan komt. Culy zette op 1 november acht producten op een rij, op tip van Kantine Kees, een initiatief rond Nederlands culinair erfgoed. Opvallend is wat ze delen: bijna allemaal zijn ze ontstaan uit een praktisch probleem, zoals melk die moest worden bewaard of fruit dat niemand wilde. Daarom hieronder niet de volgorde van de bron, maar drie groepjes, met bij elk product waar je het haalt.
Gemaakt om lang mee te gaan
Vóór de koelkast was tijd het enige conserveermiddel, en dat proef je hier nog.
- Boeren Goudse Oplegkaas. Uit het Groene Hart, van rauwe melk van koeien die dag en nacht buiten grazen, en alleen in de zomer gemaakt. De kaas rijpt tweeënhalf jaar. Hij wordt nog maar op twee boerderijen gemaakt en is sinds 2005 een Slow Food Presidium. De verkooppunten staan op de eigen site.
- Gekonfijte walnoten. Groene walnoten, geoogst voordat de schaal hard wordt, dagenlang geweekt tot ze zwart zien en daarna langzaam gekonfijt in siroop met specerijen. De techniek staat al in Nederlandse kookboeken uit de zeventiende eeuw. Je koopt ze in speciaalzaken, bijvoorbeeld bij de Streekproductenwinkel.
- Gele komkommer. Ooit lag hij bij elke Amsterdamse kruidenier en haringkar, tot de lange groene hem verdrong. De Leeuw Zuurwaren houdt hem in leven: het ras wordt speciaal geteeld bij een tuinder in Sexbierum, gepekeld en daarna ingelegd in gekruide wijnazijn. Te koop bij De Leeuw zelf.
- Turvelham. Een ambachtelijk gerijpte rauwe ham van Slagerij Wout van de Veen uit Ederveen, gerookt op echte turf. Dat geeft een aardse rooksmaak. Vraag ernaar bij de slagerij.
Slim omgaan met wat overbleef
Deze twee laten zien hoe je van een restproduct iets maakt waar mensen om gaan vragen.
- Kanterkaas. Friese boeren roomden hun melk af om boter te kunnen exporteren, en van de magere melk die overbleef maakten ze kaas. Die droogt snel uit, en daar kwamen komijn en kruidnagel bij kijken, ook als conserveringsmiddel. Vandaar de naam nagelkaas. De kaas is Europees beschermd: alleen wat uit Friesland en het Groninger Westerkwartier komt, mag zo heten. Je vindt hem in kaaswinkels, ook online.
- Elegast Perry. Een biologische perencider van fruit uit oude hoogstamboomgaarden langs de Betuwse rivieren. Grotendeels stoofperen, die rauw vrijwel oneetbaar en dus nauwelijks verkoopbaar zijn. Wilde gisten, langzame vergisting en geen toegevoegd sulfiet maken er een ongefilterde drank van met een droge afdronk. Bestellen kan in de webshop van Elegast.
Eenvoudig gemaakt, met geduld
- Wieringa’s knappertje. Een Groningse cracker met een geschiedenis van meer dan negentig jaar, geïnspireerd op hardbrood. Er zit alleen tarwe, water, zout en gist in, en het deeg rijst een hele dag. De naam komt van het tikkende geluid bij het afkoelen. Dit is de makkelijkste van het rijtje, want hij ligt onder meer bij Albert Heijn.
- Kobunder. Bioloog en imker Martin Schyns mengt geitenmelk met koemelk van Fleckvieh en laat de kaas rijpen in een oude turfschuur in Veenhuizen. De korst krijgt geen plastic coating maar een laag gekarameliseerde appelstroop, wat een klein zoetje geeft. De verkooppunten staan online.
Waar je op let als je ze koopt
Dit zijn geen producten die in elke winkel liggen. Een paar dingen helpen.
Kijk eerst of er bij jou in de buurt een verkooppunt is, voordat je iets online bestelt. Oplegkaas en Kobunder hebben allebei een eigen lijst, en een kaasboer die er één heeft, heeft vaak meer van dit soort kazen. Vraag gerust wat hij nog meer van kleine makers heeft liggen.
Let verder op rauwe melk. Oplegkaas wordt daarvan gemaakt, en het Voedingscentrum rekent zachte rauwmelkse kaas onder de producten die kort houdbaar zijn en waar bijvoorbeeld zwangeren extra op letten. Bij twijfel vraag je in de winkel om welke kaas het precies gaat. En eet je geen dierlijk stremsel, vraag daar dan ook naar. Niet elke ambachtelijke kaas is vegetarisch, zoals we in ons stuk over stremsel uitlegden.
Waarom dit de moeite waard is
De opbrengst zit niet alleen in de smaak. Bij de cider gaat het om hoogstamboomgaarden die anders weinig opleveren, bij de gele komkommer om een ras dat nauwelijks nog professioneel wordt geteeld en bij Oplegkaas om een manier van kaas maken die nog maar op twee plekken bestaat. Slow Food zette die laatste niet voor niets in de Ark van de Smaak. Bij zulke producten maakt het echt uit of iemand het koopt, en zo wordt een goed stuk kaas met een cracker ook een klein beetje een keuze voor hoe het gemaakt blijft worden. Een plank met een van deze kazen, wat knappertjes en een paar plakken komkommer uit het zuur is in elk geval een goed begin.