Knoflook planten in de herfst: zo doe je het en waarom nu het moment is
Knoflook poot je in oktober of november, want de kou maakt de tenen. Hoe diep, hoeveel per vierkante meter, welke soort en of je je eigen oogst opnieuw kunt poten.
De knoflook in het schap van de supermarkt komt meestal uit Spanje of China. Dat is zonde, want knoflook is een van de makkelijkste gewassen voor een Nederlandse of Belgische tuin, en zelfs een pot op het balkon volstaat. Het enige wat je ervoor nodig hebt is een beetje geduld, want wat je nu in de grond stopt, haal je pas volgende zomer weer naar boven. En nu is precies het goede moment om te beginnen.
Gardeners’ World zette op 20 oktober in een uitgebreid stuk over knoflook kweken op een rij hoe dat gaat. Wij leggen dat advies naast de teeltbeschrijving van een Nederlandse zadenkweker, en kijken vooral naar de vragen die je pas krijgt als je met een bol in je hand bij het bed staat. Hoeveel moet je poten, hoe diep precies, en kun je volgend jaar je eigen oogst weer gebruiken?
Waarom oktober en november
Knoflook heeft een lang groeiseizoen nodig en, wat je misschien niet verwacht, een koude periode. Juist door de kou deelt de bol zich in losse tenen. Gardeners’ World noemt oktober en november als beste poottijd. De grond is dan nog warm genoeg om wortels te maken voor de winter, en in het voorjaar schiet de plant meteen door.
Professionele kwekers poten volgens de teeltbeschrijving van Vreeken’s Zaden het liefst eind oktober of begin november. Daar zit je deze week dus precies goed. Er bestaan ook rassen die je in maart kunt poten en oogst je in juli of augustus.
Bij de soort maak je een keuze tussen hardneck en softneck. Hardneck kan beter tegen winterkou en past daardoor goed bij ons klimaat. Softneck geeft vaak meer tenen per bol en is na de oogst langer houdbaar, maar is gevoeliger voor een strenge winter. Wie twijfelt, begint met een hardneck.
Supermarktknoflook werkt meestal niet
Het ligt voor de hand om een bol uit de keuken te gebruiken, maar die is vaak behandeld met een middel dat kiemen tegengaat. Koop daarom pootgoed, bij voorkeur biologisch, bij een tuincentrum, een lokale kwekerij of een zadenhandel. Pootknoflook ligt in de herfst en winter in de winkel. Plant het zo snel mogelijk na aankoop, want losse tenen drogen uit als ze lang blijven liggen.
Hoe diep, hoe ver uit elkaar
Over de diepte lopen de adviezen een beetje uiteen, en dat is minder verwarrend dan het lijkt. Gardeners’ World zegt dat het puntje van de teen 2,5 centimeter onder de grond moet zitten. Vreeken noemt 5 centimeter diep. Houd als vuistregel aan dat er een paar centimeter aarde boven de punt zit en dat je niet dieper gaat dan 5 centimeter. De teen staat met de platte kant naar onderen.
Voor de afstand gaat Gardeners’ World uit van 15 centimeter tussen de tenen en 30 centimeter tussen de rijen. Vreeken houdt 10 tot 15 centimeter aan. Reken je met de ruimere maat, dan passen er ongeveer twintig tenen op een vierkante meter. Elke teen wordt een nieuwe bol, dus een vierkante meter levert volgende zomer zo’n twintig bollen op. Met een bol of drie pootgoed, afhankelijk van het aantal tenen, vul je die meter al.
Zo pak je het aan.
- Haal onkruid en de resten van de zomergewassen weg.
- Werk wat compost of goed verteerde stalmest door de bovenlaag en hark de grond vlak.
- Breek de bollen pas vlak voor het poten in losse tenen en gebruik de grootste. De kleine tenen kun je gewoon in de keuken gebruiken.
- Duw de tenen met de punt omhoog in de grond, zo diep dat er een paar centimeter aarde boven de punt zit.
- Is je grond zwaar of blijft er water staan, maak dan ruggen van ongeveer 15 centimeter hoog en poot daarin. Knoflook rot weg als hij met natte voeten staat.
- Leg vliesdoek of een net over het bed tot de scheuten zo’n 5 centimeter hoog zijn. Vogels zien de groene puntjes voor wormen aan en trekken ze eruit.
Wat je nodig hebt is weinig, namelijk pootknoflook, compost, een plantschepje, en vliesdoek of een vogelnet. Dat ligt allemaal bij het tuincentrum. Heb je geen tuin, dan kan het ook in een pot van minstens 15 centimeter breed en diep met turfvrije potgrond. Daarin passen drie tenen, in een pot van 30 centimeter zes. Hoe je die grond zelf mengt, lees je in ons stuk over turfvrije potgrond maken.
Je eigen oogst opnieuw poten
Een mooie gedachte is dat je na het eerste jaar nooit meer pootgoed hoeft te kopen. Dat kan. Maar Vreeken wijst op een nadeel dat in de meeste tuinartikelen ontbreekt. Gekocht pootgoed is vaak virusvrij gemaakt, en als je er jaar na jaar zelf mee doorteelt, loopt het virusgehalte op en neemt de groeikracht af. Je bollen worden dan langzaam kleiner.
Ons advies is daarom een middenweg. Bewaar elk jaar de grootste en gaafste bollen van je eigen oogst om weer te poten, en koop om de paar jaar vers pootgoed als je merkt dat de bollen achteruitgaan. Had je in je moestuin last van witrot, poot dan een paar jaar in potten met verse grond in plaats van op dezelfde plek.
Van poten tot oogst in juli
Na het poten heb je er weinig omkijken naar. In de winter gebeurt er boven de grond weinig. Vanaf het voorjaar geef je water als het droog is, en je wiedt met de hand, want met een schoffel beschadig je snel de bollen. Verschijnt er een bloemstengel, knip die dan af. Die kun je roerbakken.
Vanaf eind juni begint het loof te vergelen. Dat is het teken dat de bollen rijp zijn. Licht de grond eerst met een spitvork, want de bollen zitten stevig vast, en laat ze daarna ruim een week drogen op een zonnige, beschutte plek of hang ze gevlochten onder een afdak. Daarna bewaar je ze koel, donker en luchtig, en zo gaan ze volgens Gardeners’ World tot tien maanden mee. Precies tot je in oktober weer kunt poten.
Staat er nu nog meer op je lijstje voor de moestuin, kijk dan bij wat je in oktober oogst, zaait en opruimt. En wie volgend jaar een eigen bol over heeft, kan er de hoestsiroop met tijm en knoflook van maken.