Dahlia’s rooien rond de eerste vorst: zo bewaar je de knollen tot het voorjaar
Wanneer rooi je dahlia's, hoe droog je de knollen en waar bewaar je ze vorstvrij? Stappenplan van eerste vorst tot uitplanten in het voorjaar.
Dahlia’s bloeien vaak door tot diep in de herfst, en juist dat maakt ze verraderlijk. Ze staan er nog prachtig bij, tot één koude nacht het blad zwart kleurt. De knollen kunnen niet tegen vorst, en wie ze in de grond laat zitten, gokt op een zachte winter. Wil je volgend jaar weer van dezelfde planten genieten zonder nieuwe knollen te kopen, dan haal je ze binnenkort uit de grond. Zo pak je dat aan.
Laten zitten of rooien?
De Britse tuinbouwvereniging RHS beschrijft in haar kweekgids voor dahlia’s twee routes. Je kunt de knollen in de grond laten en ze beschermen met een dikke laag mulch, of je rooit ze en bewaart ze binnen. Let wel, dat advies is geschreven voor het Britse klimaat, maar dat lijkt op het onze.
Laten zitten kan volgens de RHS vooral in mildere streken met lichte grond die goed water doorlaat. Je snoeit dan de stengels af en legt een laag van ongeveer 15 centimeter compost, gehakselde stengels of boomschors over de knollen. Het risico is dat een strenge of vooral natte winter de knollen alsnog laat rotten. Op zware klei of in een tuin waar het water ’s winters blijft staan, zou ik het er niet op wagen. Daar is rooien veel zekerder.
Wanneer je rooit
Het moment is niet de eerste koude week, maar de eerste vorst. Wacht tot het loof door een nachtje vorst zwart en slap is geworden. Dat is het teken dat de plant in rust gaat en de knollen klaar zijn. De RHS raadt aan om uiterlijk eind november te rooien, ook als de vorst laat komt.
Ga je liever niet op de vorst zitten wachten, bijvoorbeeld omdat je straks een paar weken weg bent, dan kun je ook iets eerder rooien. Hoe langer de plant nog kan groeien, hoe steviger de knollen worden, maar dat weegt niet op tegen knollen die bevroren raken.
Wat je nodig hebt
- een spitvork (beter dan een schop, je beschadigt de knollen minder snel)
- een snoeischaar
- labels en een stift, zodat je straks nog weet welke kleur welke is
- een ondiepe krat, kist of fruitkistje
- droog materiaal om de knollen in te leggen, zoals oude potgrond, zand, stro of kranten
Alles hiervan heb je waarschijnlijk al in huis of in de schuur. Ontbreekt er iets, dan vind je spitvorken en snoeischaren bij elk tuincentrum en elke bouwmarkt, en een houten fruitkistje kun je vaak gewoon vragen bij de groenteboer of op de markt.
Stap voor stap rooien en drogen
- Label de planten voordat je begint, zolang je nog weet welke welke is.
- Knip de stengels terug tot een stomp van 5 tot 15 centimeter, zoals de RHS aanhoudt. Dat stukje stengel helpt je later bij het hanteren en is het punt waar volgend jaar de nieuwe scheuten vandaan komen.
- Steek de spitvork een flink stuk van de plant de grond in en wip de kluit voorzichtig omhoog. Dahlia’s hebben vaak een grotere knollenbos dan je denkt.
- Schud de losse aarde eraf. Wassen hoeft niet, en dat maakt ze alleen maar natter.
- Gooi beschadigde of rotte knollen weg. Alleen droge, gezonde, onbeschadigde knollen gaan de winter in.
- Laat ze ondersteboven drogen. Leg de knollenbos met de stengel naar beneden op een droge plek, zodat het vocht uit de holle stengels kan weglopen. De RHS rekent op een paar weken. Doe je dit niet, dan blijft er water in de stengel staan en begint de knol van binnenuit te rotten.
Wil je de knollenbos delen om meer planten te krijgen? Wacht daar dan mee tot het voorjaar. Elke snijwond is in de winter een ingang voor rot, en in het voorjaar zie je bovendien beter waar de ogen zitten.
Zo bewaar je de knollen vorstvrij
Leg de gedroogde knollen in een ondiepe krat of kist en dek ze toe met droog materiaal, zoals oude potgrond, zand, stro of proppen krant. Dat isoleert en voorkomt dat ze uitdrogen. Zet de kist op een donkere, koele plek die vorstvrij blijft. Een schuur of garage werkt, zolang het er niet vriest. Wordt het buiten echt koud, leg dan een extra laag krant of een vliesdoek over de kist.
Te warm is trouwens ook niet goed. In een verwarmde kamer drogen de knollen uit of lopen ze te vroeg uit. Een kelder, een koele berging of de onverwarmde zolder onder een dikke laag isolatie is vaak een betere plek.
Kijk er gedurende de winter regelmatig even naar. Voelt een knol zacht en sponsachtig aan of zie je schimmel, haal hem er dan meteen uit, zodat de rest gezond blijft. Zijn ze juist sterk verschrompeld, dan is de plek te droog.
In het voorjaar weer aan de slag
Volgens de RHS kun je de knollen begin februari al in ondiepe bakken met potgrond zetten om ze binnen voor te trekken. Dan hebben ze een voorsprong als ze naar buiten gaan. Uitplanten in de tuin doe je eind mei of begin juni, als de nachtvorst voorbij is en je de jonge planten eerst een paar dagen buiten hebt laten wennen.
Ik vind dit een van de mooiste kringlopen in de tuin. Een paar knollen die je één keer koopt, kunnen jaren mee en worden met het delen in het voorjaar zelfs steeds meer. Geen nieuwe knollen in plastic zakjes nodig, gewoon wat zorg in de herfst. Combineer het rooien meteen met de andere klussen van deze maand, zoals de voorjaarsbollen de grond in, dan staat de tuin straks weer kleurrijk klaar.