Motten in huis: waarom er meer meldingen zijn en hoe je ze zonder gif aanpakt
Meer motten in huis na de hitte van 2026? Lees wat de meldingen zeggen, welke mot je hebt en hoe je ze met warmte, kou en schoonmaken aanpakt.
Ongediertebestrijders hadden het deze zomer druk met motten in huis, meldt Duurzaam Nieuws vandaag. “We kunnen het nog net aan”, zegt Patrick Kramer van Jonker Ongediertebestrijding in Nunspeet. Het bericht komt op een logisch moment, want juist nu gaan de wollen truien weer uit de kast en vallen de gaatjes op. Hieronder lees je wat die meldingen wel en niet zeggen, welke mot je waarschijnlijk hebt en wat er zonder gif werkt.
Wat er achter de extra meldingen zit
De drukte komt vooral door de hitte van 2026. Duurzaam Nieuws zegt er zelf bij dat je er geen landelijke, jarenlange stijging van kleermotten uit kunt afleiden. Rentokil Nederland zag na de zomer bovendien vooral een piek in voorraadmotten, en dat zijn andere dieren dan de motten in je kledingkast. Meer meldingen betekent dus niet automatisch dat jouw truien gevaar lopen.
Warmte speelt wel echt een rol. Volgens het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) duurt het larvestadium 4 tot 10 maanden, en warmte en voedzaam materiaal maken dat korter. Volwassen motten komen vooral in juni tevoorschijn, maar in een verwarmd huis kan dat het hele jaar. De kleermot komt in de vrije natuur niet voor, dus een plaag speelt zich binnen af.
Welke mot heb je eigenlijk?
Voordat je iets doet, is het handig om te weten waar je naar kijkt. Zie je motjes rond je voorraadkast of in de keuken, kijk dan eerst daar. Bij voorraadmotten gooi je volgens Stiftung Warentest aangetaste voorraden weg, bewaar je geopende verpakkingen in afgesloten bakjes en maak je kasten en laden schoon. Je kleren hebben er dan niets mee te maken.
Textielmotten zijn er in twee soorten. De kleermot en de gewone pelsmot zijn allebei 7 tot 8 millimeter lang, met geelachtige tot lichtbruine of grijze voorvleugels. De pelsmot heeft drie donkere stipjes op die vleugels, de kleermot niet. Hun larven verraden zich ook. Die van de kleermot leeft in een zijden gangetje van een paar centimeter in de stof, die van de pelsmot sleept een kokertje met zich mee.
Belangrijker nog is dat alleen de larve schade doet. De volwassen mot eet niets, vliegt alleen ’s nachts en leeft 2 tot 4 weken. Een motje dat je in de kamer ziet, zegt dus niet welke kleding is aangetast. De kleine, onregelmatige gaatjes vind je alleen door de stof zelf na te lopen.
Het gaat om meer dan je wollen trui
De larven eten vezels van dierlijke oorsprong. Dat zijn wol, kasjmier, zijde, angora en bont, maar het KAD noemt ook tapijt, meubelstof, veren en isolatie met koeien- of paardenhaar. Ze zitten graag op donkere, rustige plekken, zoals in dozen met oude kleding of onder het tapijt in een kamer die je weinig gebruikt. Vogelnesten onder het dak kunnen een bron zijn voor wat je op zolder bewaart.
Vuil helpt ze op weg. Een vrouwtje legt haar eitjes het liefst op natuurlijke stof met zweetplekken of vuil. Het KAD rekent op 50 tot 100 eitjes per vrouwtje, Duurzaam Nieuws noemt er tot 200. Larven kunnen ook meekomen met tweedehands kleding, dus leg een vondst uit de kringloop niet meteen bij de rest, maar kijk hem eerst na.
Warmte, kou en schoonmaken: zo pak je het aan zonder gif
Begin bij de bron. Haal de kast leeg, leg wat aangetast is apart en controleer de rest stuk voor stuk. Daarna heb je twee manieren om alle stadia te doden, en die van het materiaal hangt af.
- Warmte. Volgens het KAD is minstens 30 minuten bij 60 graden dodelijk. Dat is prima voor wat tegen zo’n was kan. Veel wol en zijde kunnen daar niet tegen, dus kijk eerst op het label. Laten reinigen is de andere optie die het KAD noemt.
- Kou. Voor wol en kasjmier is de vriezer de veiligste keus. Het KAD adviseert ongeveer twee weken en meldt dat alle stadia sterven bij min 20 graden. Elders lees je kortere tijden, zo noemde Stiftung Warentest in 2017 een week voor wol. Een vriezer thuis staat meestal rond min 18, en dan is de langere termijn de veilige. Stop het kledingstuk in een dichte zak.
Maak daarna de lege kast grondig schoon, ook in de naden en op plekken waar je lastig bij kunt, en stofzuig scheuren en spleten extra. Gooi de stofzuigerzak meteen weg, anders blijven opgezogen eitjes en larven in huis.
Gif op je kleren is niet nodig en zelfs afgeraden, want het KAD zegt uitdrukkelijk dat je kleding niet met biociden behandelt. Zit het probleem door het hele huis, dan raadt het een gecertificeerd bedrijf aan. Noteer eerst een paar weken waar en wanneer je larven en motten ziet. Dan weet je of het om één kast gaat of om meer kamers.
Vallen en sluipwespen: wat je ervan mag verwachten
Een feromoonval is vooral een meetinstrument. Volgens de bijsluiter van Biobestrijding lokt de geurstof mannetjes, en de lokstof vervang je na 4 weken. Je ziet dus of en hoeveel motten er zijn, maar de larven die al in je trui zitten raak je er niet mee.
Sluipwespen pakken de eitjes aan. Stiftung Warentest noemt kaartjes met sluipwespeneitjes als hulp bij een hardnekkig probleem, en als de motten weg zijn, verdwijnen de wespjes ook. Leveranciers zoals Insect Heroes gebruiken hiervoor Trichogramma evanescens en melden dat die niet steekt. Dit soort informatie komt wel vooral van de verkopers zelf, dus zie het als aanvulling op schoonmaken en niet als vervanging. Hang de kaartjes ook niet vlak bij een lijmval, daar kunnen de wespjes per ongeluk in belanden.
Volgend voorjaar begint de preventie
De meeste winst zit in het moment waarop je de winterkleding weer opbergt. Het KAD adviseert om kleding schoon en gewassen te bewaren in goed sluitende zakken, kisten of kasten. Lucht wat je draagt regelmatig en hang kleding niet te dicht op elkaar. Wie net iets aan oude vlekken doet voor het opbergen, haalt meteen weg waar het vrouwtje op afkomt. Zo gaat een trui van natuurlijke stof langer mee.