Vogels voeren in de winter: zo blijven eekhoorns uit je voederplek
Een eekhoorn aan de vetbol is leuk, tot het voer op is. Zo richt je de voederplek in met de juiste afstand, kooi en voer, zonder de beschermde eekhoorn te schaden.
Nu de nachten kouder worden hangen de eerste vetbollen weer in de tuin, en dat trekt niet alleen mezen. Vroege Vogels verzamelde al beelden van eekhoorns, boommarters, ratten en muizen die met veel moeite aan het vogelvoer komen. Een eekhoorn aan de silo is een mooi gezicht, maar woon je dicht bij bos, dan kan hij je voorraad in een paar dagen opmaken. De oplossing zit in de inrichting van de plek, niet in het wegjagen van het dier.
Eerst dit: de eekhoorn is hier beschermd
De rode eekhoorn is in Nederland een beschermde soort. Volgens de Zoogdiervereniging mag je hem niet vangen, doden of in gevangenschap houden. Ook verontrusten en een nest beschadigen zijn verboden. Vallen, en ook het verplaatsen van een eekhoorn zoals je dat bij Amerikaanse tips soms leest, zijn dus geen optie. Dat geldt ook als je het goed bedoelt.
Het helpt om te begrijpen waarom hij komt. Eekhoorns eten vooral boomzaden, eikels en noten en bouwen in de herfst een vetreserve op. Ze houden geen winterslaap en na een slechte zomer sterven er in de winter veel. Pinda’s en zonnebloempitten zijn dus precies wat hij zoekt. In de winter is hij maar enkele uren per dag op pad.
De plek: eekhoorns springen ver
De meeste winst haal je met de plaats van de silo. Een eekhoorn klimt in bomen en palen, rent over draden en springt van takken, schuttingen en dakranden. De University of Nebraska heeft daar een praktische gids over geschreven. Die gaat over Amerikaanse eekhoorns, dus zie de maten als richtlijn en niet als wet.
- Hang je aan een tak, doe het dan op minstens ongeveer 1,8 meter van de grond en 1,8 meter van de stam en andere takken.
- Zet je een paal, houd dan ongeveer 2,1 tot 2,4 meter afstand van schuttingen, terrassen, stammen en overhangende takken.
- Gebruik een ronde kap boven de silo of een kraag onder aan de paal, op minstens 1,2 meter hoogte. Een gladde metalen uitvoering geeft de minste houvast.
- Smeer palen niet in met vet. Dat werkt volgens de gids niet omdat het kleverig wordt, en het kan vogels in de veren schaden.
Die afstand moet wel kloppen met wat vogels nodig hebben. Groen Vandaag raadt een hoogte van 1,5 tot 2 meter aan met dekking in de buurt, zoals een haag, maar niet zo dicht dat een kat eruit kan springen. In een kleine tuin zoek je dus het compromis: de silo aan een losse paal, op een paar meter van de struik waarin de vogels kunnen schuilen.
De kooi en het voer
Lukt die afstand niet, dan is een beschermkooi de eenvoudigste uitweg. Dat zijn silo’s of vetbolhouders met een gaas eromheen waar kleine vogels wel doorheen kunnen en een eekhoorn niet. Hang zo’n kooi wel stevig op. Volgens de Nebraska-gids slaan eekhoorns een los hangende houder anders gewoon naar beneden. Grotere vogels komen er ook niet in, dus een specht of merel heeft dan een andere voerplek nodig.
Ook het voer zelf telt. Noten zijn precies wat een eekhoorn zoekt, dus hele pinda’s horen in een silo met kooi. Morsen op de grond wil je voorkomen, want strooivoer trekt ook ongenode gasten. Groen Vandaag raadt mengsels met veel zonnebloempitten en kleine zaden aan en laat grove tarwe en maïs liggen, omdat die vaker blijven liggen en knaagdieren aantrekken. Voor meer over die gasten kun je terecht bij onze stukken over muizen buiten houden en ratten rond je huis.
Op internet vind je ook de tip om chilipoeder door het voer te doen, omdat vogels die smaak niet proeven en zoogdieren wel. In de winter, als er weinig ander eten is, werkt dat volgens Nebraska niet altijd. De auteurs raden middelen met capsaïcine af, omdat ze een zoogdier pijn aan de ogen kunnen doen. Bij een beschermd dier is dat ook precies wat je niet wilt.
Minder voer is vaak ook beter voor de vogels
Bijvoeren hoeft eigenlijk niet, schrijft de Vogelbescherming. In een tuin met inheemse planten en een rommelhoekje vinden vogels zelf genoeg, en voeren is vooral iets extra’s. Wil je het toch, geef dan in herfst en winter zaden en vet, in kleine porties, en maak voer- en waterplekken regelmatig schoon om ziektes te voorkomen. Kleine porties helpen ook tegen de eekhoorn, want er blijft minder liggen om terug voor te komen.
En misschien is de mooiste oplossing wel de eenvoudigste: laat de eekhoorn gewoon een klein deel van de hazelnoten en eikels uit je tuin. Zolang je plek goed is ingericht, gaat de rest naar de mezen.