Duurzaam

Je koelkast staat waarschijnlijk te warm: zo stel je hem goed in

Een flink deel van de koelkasten staat te warm. Zo meet je de echte temperatuur, vind je de koudste plek en deel je hem in zodat eten langer goed blijft.

Marit 26 oktober 2026 5 min lezen
Geopende koelkast met groente en bakjes op de planken

De meeste mensen draaien de knop van hun koelkast één keer op een stand en kijken er daarna nooit meer naar. Dat is begrijpelijk, want aan de buitenkant zie je niets. Toch staat een flink deel van de Nederlandse koelkasten te warm, en dat merk je pas aan zure melk, een slap stuk kaas of een bak restjes die eerder dan verwacht weg moet. Met een losse thermometer en een andere indeling haal je meer uit wat je koopt en gooi je minder weg.

Duurzaam Nieuws zette op 25 oktober de onderzoeken naar te warme koelkasten op een rij. Uit een GfK-enquête van rond 2016 bleek dat een kwart van de koelkasten te warm stond, en een onderzoek uit 2020 kwam zelfs uit op 56 procent van de huishoudens. De cijfers verschillen per onderzoek en per jaar, maar de richting is dezelfde. Wie nooit meet, zit er vaak naast.

Waarom 4 graden het getal is

Het Voedingscentrum adviseert 4 °C. Bij die temperatuur groeien bacteriën en schimmels het langzaamst, en volgens dezelfde organisatie kan verse voeding tot twee keer langer goed blijven als je hem heel koel bewaart. Dat is precies waar het voor een bewuste keuken om draait: minder bederf betekent minder boodschappen die in de groene bak eindigen.

Er is ook een veiligheidskant. Bij listeria gaat het vooral om producten die lang gekoeld liggen en die je daarna zonder verhitting eet, zoals vleeswaren, paté, rauwkostsalades en kaas van rauwe melk. Onderzoekers van Wageningen University & Research publiceerden in maart 2024 een studie naar het verband tussen koelkasttemperatuur en het risico op listeriose via gekookte vleeswaren. Voor zwangeren, ouderen en mensen met minder weerstand is een koude koelkast dus meer dan een kwestie van smaak.

De stand op de knop zegt weinig

Een draaiknop met cijfers voelt als een thermostaat, maar dat is hij niet. Welke temperatuur een stand oplevert, hangt af van hoe warm de keuken is, hoe vol de koelkast staat en hoe vaak de deur opengaat. Het enige wat vaststaat: hoe hoger het cijfer, hoe kouder. Zelfs een digitaal display klopt volgens het Voedingscentrum niet altijd.

Meten gaat zo. Zet een losse koelkastthermometer in een glas water en plaats dat op de onderste plank. Water reageert trager dan lucht, dus je meet de temperatuur van wat er echt in je koelkast ligt en niet het koude briesje dat binnenkomt als je de deur opendoet. Laat het glas een nacht staan en lees het ’s ochtends af, voordat de koelkast vaak open is geweest. Staat er meer dan 4 graden, zet de knop dan een stand kouder en meet een dag later opnieuw.

Dat dit werkt, liet het Voedingscentrum eerder zien met een proef waarbij deelnemers een thermometer kregen. Voedselveiligheidsexpert Wieke van der Vossen-Wijmenga vertelde Duurzaam Nieuws dat vrijwel alle deelnemers de koelkast daarmee op de juiste temperatuur kregen.

Waar het koudst is, hangt af van je vriesvak

Hier gaat het vaak mis, en het is iets wat je aan de buitenkant van je koelkast kunt aflezen. Kijk naar het aantal sterren op het vriesvak.

  • Vriesvak met drie of vier sterren (of een losse vriezer eronder): de koeling zit in de achterwand. De koelkast is achterin en onderin het koudst.
  • Vriesvakje met één of twee sterren bovenin: de kou komt van boven. Hier is het boven achterin het koudst.

Met dat gegeven deel je de koelkast logisch in. Rauw vlees en vis horen op de koudste plek, en bij een koelkast met koeling in de achterwand is dat ook meteen de onderste plank, waar lekkend vleessap niet op de rest kan druppen. Vleeswaren, zachte kaas en restjes zet je daar vlak bij. Groenten gaan in de groentelade, waar de lucht vochtiger is zodat ze niet uitdrogen of door de kou beschadigen. Frisdrank, bier en andere dingen die niet per se gekoeld hoeven, krijgen de minst koude plekken, zoals de vakken in de deur.

Gewoontes die de temperatuur omhoog duwen

Een goed ingestelde koelkast kan alsnog te warm worden door hoe je hem gebruikt. Drie dingen maken het verschil.

Zet geen warme pannen of bakken in de koelkast. Laat restjes eerst afkoelen, maar niet langer dan twee uur buiten de koelkast. Sneller afkoelen lukt door de pan in een laagje koud water te zetten. Wat bereid is, bewaar je afgedekt en hooguit twee dagen. Wil je het langer houden, dan gaat het de vriezer in, op minstens -18 °C. Hoe je dat bij rijst doet, lees je in ons stuk over een restje rijst veilig bewaren en opwarmen.

Doe de deur zo kort mogelijk open en zet wat het eerst op moet vooraan. Dat klinkt als een open deur, maar het scheelt koude die ontsnapt en het voorkomt dat er achterin een bakje vergeten wordt.

Prop de koelkast niet tjokvol. Koude lucht moet kunnen stromen, en een koelkast die tot de nok gevuld is, koelt ongelijk. Andersom gaat er ook veel onnodig in. Brood, aardappelen, uien en veel fruit bewaar je beter op een koele, donkere plek in de keuken; het Voedingscentrum heeft daarvoor een bewaarwijzer met meer dan tweeduizend producten. Waarom aardappels juist niet koud en licht moeten liggen, staat in ons artikel over groene plekjes en solanine.

Wat je er uiteindelijk mee wint

Het mooie aan dit onderwerp is dat het zo klein is. Een thermometer, één avond meten en een andere plank voor de kip: meer is het niet. Toch raakt het aan bijna alles wat je in huis eet. Producten met een te-gebruiken-tot-datum blijven tot die datum veilig, producten met een ten-minste-houdbaar-tot-datum houden het vaak nog dagen langer, en de bak met restjes van zondag is woensdag nog goed. Wie de koelkast eenmaal goed heeft staan, hoeft er daarna alleen af en toe opnieuw naar te kijken, bijvoorbeeld als het in de zomer warmer is in de keuken of als je een nieuwe koelkast neerzet.