Huis & Tuin

Lieveheersbeestjes massaal op je gevel: waarom ze komen en hoe je ze weert

Op zachte oktoberdagen zitten er tientallen lieveheersbeestjes op je gevel. Waarom de Aziatische soort dat doet, hoe je hem herkent en hoe je hem zonder gif weert.

Marit 2 oktober 2026 5 min lezen
Groep lieveheersbeestjes op een zonnige lichte muur bij een houten kozijn

Een zachte middag begin oktober, de zon op de voorgevel, en ineens zitten er tientallen lieveheersbeestjes rond het kozijn. Een deel kruipt al weg in de naden van de houten lijst. Dat beeld is dit najaar op veel plekken te zien, en het is geen toeval. Volgens Duurzaam Nieuws gaat het op zulke dagen vooral om het Aziatisch lieveheersbeestje, een soort die in groepen naar een winterplek zoekt en daarbij graag bij huizen uitkomt. Hieronder lees je waarom ze juist jouw muur kiezen, hoe je de exoot van de inheemse soorten onderscheidt en hoe je ze buiten houdt zonder een spuitbus te pakken.

Waarom ze juist op zachte dagen je gevel opzoeken

Lieveheersbeestjes overwinteren als volwassen kever. Zodra de dagen korter worden, gaan ze op zoek naar een droge, beschutte plek waar ze maanden kunnen doorbrengen. De meeste soorten doen dat alleen, onder een stuk schors of in een laag afgevallen blad. Het Aziatisch lieveheersbeestje is daarop de opvallende uitzondering. Het verzamelt zich in groepen, en een lichte gevel of een muur in de zon trekt de dieren aan als een baken.

Warmte speelt daarbij een dubbele rol. Op een zonnige middag worden de kevers weer actief, ook als ze zich eerder al hadden teruggetrokken. Ze vliegen op, zoeken de warmste wand in de buurt en kruipen van daaruit in hoeken, spleten en naden. Zo wordt een zonnige buitenmuur ongemerkt de ingang naar je spouw, je rolluikkast of je zolder. En zit er een opening, dan vind je ze een paar dagen later in de vensterbank.

Ze komen dus niet voor jouw huis zelf, maar voor de beschutting die het biedt. Een berk vol kevers in de tuin is hetzelfde verhaal, alleen dan zonder kozijn.

Aziatisch of inheems, zo zie je het verschil

Het Aziatisch lieveheersbeestje kwam niet vanzelf naar Nederland. Begin jaren negentig werd het in Europa ingezet als biologische bestrijder van bladluizen, en rond 1996 gebeurde dat ook hier, in kassen en bij laanbomen. Dat leek een groene oplossing, maar de kever bleef niet in de kas. Inmiddels komt hij in grote delen van Europa voor. Hij concurreert met onze eigen lieveheersbeestjes om voedsel en eet ook hun larven. Achteraf wogen de nadelen van die inzet zwaarder dan het voordeel, en dat vind ik een les die verder reikt dan deze ene kever. Een natuurlijke bestrijder is pas duurzaam als hij ook ophoudt waar jij wilt dat hij ophoudt.

Herkennen is lastiger dan je zou denken, omdat de Aziatische soort in veel kleuren en stippenpatronen voorkomt. Een paar kenmerken helpen wel.

  • Het Aziatisch lieveheersbeestje is groter dan de Europese soorten.
  • Achteraan op het schild zit een klein deukje of plooitje, met het blote oog te zien.
  • Het borststuk achter de kop is meestal licht met een donkere tekening die op een M of W lijkt.
  • Zie je er tientallen tegelijk op een muur, dan is het vrijwel altijd deze soort.

Het bekende zevenstippelig lieveheersbeestje overwintert juist verspreid en laag bij de grond, bijvoorbeeld in bladafval. Wie zijn bladeren in de tuin laat liggen, geeft die inheemse soorten dus een plek om de winter door te komen.

Voor de kevers zelf is zo’n volle muur trouwens ook geen ideale plek. Insectendeskundige Aglaia Bouma wijst erop dat ziektes zich in dichte groepen makkelijk verspreiden, waaronder een schimmel die onder lieveheersbeestjes rondgaat.

Zo houd je ze buiten zonder gif

Bijten doen ze nauwelijks en schade aan je huis richten ze niet aan. De hinder zit vooral in de aantallen en in het gele, stinkende vocht dat ze afgeven als je ze vastpakt of plet. Dat vocht geeft ook vlekken op lichte gordijnen en vensterbanken. Gif is daarom niet nodig en ook geen goed idee, want een spray maakt geen onderscheid tussen de exoot en de inheemse soort die je juist wilt houden. Dit werkt beter.

  • Kieren dichten. Loop op een zonnige middag langs de gevel en kijk waar de kevers verdwijnen. Kit naden rond kozijnen dicht en zet borstelstrips onder deuren en in rolluikkasten. Dat is vaak meteen ook winst voor je tochtwering.
  • Horren sluiten. Een hor voor het slaapkamerraam houdt ze tegen op de dagen dat het raam open staat.
  • Stofzuigen met een kous. Zitten ze al binnen, trek dan een nylon kous over de zuigmond, zet die vast met een elastiekje en zuig de kevers voorzichtig op. Zo komen ze niet in de zak terecht en kun je ze buiten weer loslaten, bijvoorbeeld bij een schuurtje of een houtstapel.
  • Niet pletten. Schep ze liever op met een vel papier en een glas, dan blijft je vensterbank schoon.
  • Een alternatief bieden. Een stapel takken, een bladhoop of een insectenhotel achter in de tuin geeft overwinteraars een plek die niet je kozijn is.

Voor het dichten heb je weinig nodig, en alles ligt gewoon bij de bouwmarkt.

  • een koker acrylaatkit en een kitpistool
  • borstelstrips of tochtstrips voor deuren en rolluikkasten
  • een hor op maat, als klemhor of rolhor
  • een oude nylon kous en een elastiekje voor de stofzuiger

Wanneer het weer rustig wordt

Kevers kunnen al vanaf september in hoekjes en spleten zitten. Bij elke warme periode in het najaar kan een deel weer tevoorschijn komen, en dat geldt ook voor een zachte dag midden in de winter. Zodra het echt kouder wordt, worden ze stil en blijven ze waar ze zitten. Vind je in het voorjaar nog een groepje op zolder, laat ze dan naar buiten zodra het warmer is. Dan zoeken ze vanzelf bladluizen op.

Het lijkt op wat je in dezelfde weken met stinkwantsen en grote spinnen ziet. Het najaar drijft van alles naar binnen, en een goed dichte schil om je huis is daarom de beste bestrijding die er is. Het scheelt bovendien energie, en dat maakt die middag met de kitspuit dubbel de moeite waard.