Stinkwantsen zoeken nu je huis op: waarom ze binnenkomen en hoe je ze weert
In het najaar zoeken stinkwantsen een warme plek om te overwinteren, vaak in je huis. Waarom ze nu binnenkomen en hoe je ze zonder gif buiten houdt.
Zit er ineens een groen of bruin schildvormig beestje op je raamkozijn of tegen het plafond? Grote kans dat het een wants is. Eind september en in oktober zoeken wantsen een warme plek om de winter door te komen, en een huis is daarvoor ideaal. Ze zijn onschuldig, maar ruiken onaangenaam als je ze bang maakt. Het goede nieuws is dat je ze prima buiten houdt, zonder een druppel gif.
Waarom wantsen nu naar binnen komen
Het Amerikaanse woonplatform The Spruce zette op 28 september op een rij wat stinkwantsen naar een huis trekt. Het stuk gaat over de situatie in de Verenigde Staten, maar het mechanisme is hier hetzelfde. Als de nachten kouder worden, zoeken de volwassen dieren een beschut plekje om te overwinteren. In de natuur is dat losse schors of een dichte heg. Een warme gevel met kieren, een rolluikkast of een spouwmuur werkt net zo goed.
Wantsen worden aangetrokken door warmte en licht. Een muur op het zuiden of westen, die de hele middag zon vangt, is hun favoriete landingsplek. Van daaruit kruipen ze door elke kier die ze vinden. Binnen worden ze op een warme dag weer actief en lopen ze naar het licht, daarom zie je ze zo vaak op ramen en lampen.
Welke wantsen je in Nederland ziet
In Nederlandse huizen gaat het meestal om een paar soorten.
- Groene stinkwants. Een zuidelijke soort die zich de laatste jaren in Nederland heeft gevestigd. In het najaar kleurt hij vaak bruinig, wat hem lastig herkenbaar maakt.
- Bruingemarmerde schildwants. Een exoot uit Azië die ook in Nederland is opgedoken. In Amerika staat hij erom bekend dat hij in grote groepen in huizen overwintert, en over deze soort gaat het stuk van The Spruce.
- Amerikaanse zaadwants. Langer en slanker, met verbrede achterpoten. Strikt genomen geen stinkwants, maar hij komt in dezelfde periode binnen en kan ook een geurtje afgeven.
Voor jou als bewoner maakt de soort weinig uit. Ze steken niet, bijten mensen niet, knagen niet aan je spullen en planten zich binnen niet voort. Het is vooral een kwestie van gezelligheid die je liever buiten houdt.
Wat je nodig hebt
Alles hieronder vind je bij de bouwmarkt, zoals Gamma, Karwei of Praxis, en veel ervan ook bij Action of Hornbach.
- Horren voor de ramen die je in het najaar openzet, als rolhor of inzethor
- Tochtstrips voor ramen en deuren die niet goed sluiten
- Acrylaatkit en een kitpistool voor naden in kozijnen en rond leidingen
- Fijnmazig gaas voor ventilatieroosters die open blijven
- Een glas en een stevig stuk karton om wantsen te vangen
- Een oude nylon kous en een elastiekje voor de stofzuiger
Zo houd je ze buiten
- Loop de zonkant van je huis na. Kijk op een zonnige middag waar de wantsen op de gevel zitten. Daar zitten ook de kieren waar ze doorheen gaan.
- Zet horren in. Een open raam zonder hor is een open deur. Hoe je de juiste hor kiest en plaatst, lees je in ons stuk alles wat je moet weten over horren.
- Dicht kieren en naden. Kit de naden rond kozijnen en de plekken waar leidingen of kabels de muur in gaan. Een kier van een paar millimeter is al genoeg voor een wants.
- Plak tochtstrips op ramen en deuren die niet goed aansluiten. Je houdt er meteen kou mee buiten, en dat scheelt in het najaar ook op je stookkosten.
- Bespan ventilatieroosters met gaas. Ventilatie mag nooit dicht, want dan krijg je vocht in huis. Een laagje fijn gaas houdt wel de beestjes tegen.
- Schud je spullen uit. Was die buiten hing, tuinkussens en potplanten die je naar binnen haalt, zijn favoriete verstopplekken.
Kieren dichten helpt trouwens tegen veel meer dan wantsen. Spinnen, lieveheersbeestjes en muggen gebruiken dezelfde wegen naar binnen. Over spinnen schreven we eerder waarom je juist nu zoveel grote spinnen in huis ziet.
Er zit er al een binnen, wat nu
Niet platslaan en niet fijnknijpen. Dan ruik je hem de rest van de middag. Vang hem liever met een glas, schuif er een stuk karton onder en zet hem buiten in een heg of struik. Daar vindt hij zelf een nieuwe schuilplek.
Zitten er meer bij elkaar, bijvoorbeeld in een hoek van de zolder, dan werkt de stofzuiger. Trek een oude nylon kous over het uiteinde van de slang, zet hem vast met een elastiekje en duw de kous een stukje in de buis. Zo zuig je de wantsen in de kous zonder dat ze in de stofzak belanden, die anders nog dagen naar wants ruikt. Draai de kous daarna dicht en schud de beestjes buiten uit.
Gif is echt niet nodig, en werkt ook slecht. Een spray doodt de wantsen die je raakt, maar er kruipen er gewoon nieuwe door dezelfde kier naar binnen. Bovendien heb je dan een middel in huis dat je liever niet in de buurt van kinderen of huisdieren gebruikt.
Wanneer het ophoudt
De drukte duurt meestal een paar weken, tot het echt koud wordt. Wantsen die al binnen zitten, houden zich in de winter rustig in een hoekje en komen in het voorjaar weer tevoorschijn op zoek naar de uitgang. Zie je er dan een paar op de vensterbank, zet het raam gewoon open. Voor mij is dat eigenlijk het mooiste bewijs dat je het goed hebt gedaan, als er in maart alleen nog een paar achterblijvers naar buiten willen.