Spin buiten zetten in de herfst: waarom je hem beter binnen laat
Een huisspin in oktober buiten zetten is voor veel soorten fataal. Zo herken je welke spin het is en wat je wel doet als je hem niet in de kamer wilt.
Glas eroverheen, ansichtkaart eronder en dan snel naar de achterdeur. Zo zetten veel mensen een spin buiten, met het idee dat ze het dier een plezier doen. In oktober is dat vaak het tegenovergestelde. Voor een spin die zijn hele leven in een verwarmd huis heeft gezeten, is een koude tuin in één keer geen nieuwe start maar een eindstation.
Dat schreef Duurzaam Nieuws op 21 oktober, op basis van gesprekken met spinnenkenners van Natuurmuseum Fryslân en Naturalis. Wij kijken vooral naar de vraag die daarna overblijft. Welke spin zit er eigenlijk op je vloer, en wat doe je als je hem echt niet in de woonkamer wilt hebben?
Waarom de stap naar buiten zo groot is
Een spin die buiten leeft, went langzaam aan de kou. Sommige soorten bouwen in de loop van de herfst meer glycerine op in hun lichaamsvocht, een soort natuurlijke antivries. Dat kost tijd. Peter Koomen, spinnendeskundige en hoofd collecties van Natuurmuseum Fryslân, legt in het stuk uit dat een spin die rechtstreeks van de verwarming naar de koude tuin gaat die tijd simpelweg niet krijgt.
Daar komt de rest van het buitenleven bij. Regen, wind, vogels, minder beschutting en minder prooi. Een huisspin heeft binnen een stabiele temperatuur en genoeg vliegjes, buiten moet hij dat allemaal opnieuw vinden, op het slechtste moment van het jaar.
Het is ook goed om te weten dat de kou de spinnen meestal niet naar binnen jaagt. De meeste zaten er al. Wat je nu ziet, zijn vooral mannetjes van de grote huisspin die hun web hebben verlaten om een vrouwtje te zoeken. Hun paartijd loopt tot eind oktober. Waarom je er rond deze tijd opeens zoveel tegenkomt, lees je ook in ons eerdere stuk over grote spinnen in huis in het najaar.
Welke spin zit er op je vloer?
Het antwoord op de vraag of buitenzetten kwaad kan, hangt volgens Koomen af van de soort. Dat klinkt ingewikkelder dan het is, want in een Nederlands huis kom je in de herfst vooral twee types tegen.
De grote huisspin
Bruin, behaard, lange poten en snel. Dit is de spin die over de vloer schiet of in het bad zit. Het gaat in Nederland om de grote huisspin, Eratigena atrica. Een vrouwtje wordt meestal twee tot drie jaar oud en blijft in haar web in een rustig hoekje. De rondlopende exemplaren zijn bijna altijd mannetjes, en hun leven eindigt na de paring. Zet je zo’n mannetje buiten, dan haal je hem uit de plek waar hij zijn laatste weken zocht, en dat in de kou.
De trilspin
Klein lijfje, heel lange dunne poten, hangt stil in een rommelig web tegen het plafond en gaat trillen als je in de buurt komt. Dit type is een goed voorbeeld van wat Koomen bedoelt met soorten uit warmere streken. Het citaat dat hij erbij geeft, is duidelijk genoeg.
“In een verwarmd huis overleven ze nog wel, maar buiten redden ze het niet in ons land.”
Voor een trilspin is de tuin in oktober dus vrijwel zeker het einde. Bovendien is hij een handige huisgenoot, want hij vangt andere spinnen en muggen.
Wat je wel kunt doen
De eerste optie is de makkelijkste. Laat hem zitten. Peter van Helsdingen van Naturalis zegt in hetzelfde stuk dat spinnen mensen niet aanvallen. Een spin in de hoek van de kamer vangt vliegjes en muggen die anders om je hoofd zoemen. Voor wie diervriendelijk en zonder gif wil leven, is dat eigenlijk de schoonste oplossing die er is.
Wil je hem echt niet in de woonkamer, verplaats hem dan binnen. Het probleem van buitenzetten zit in de plotselinge overgang van warm naar koud. Een rustige plek in huis waar je zelf weinig komt, zoals een zolder, een berging of een kelderkast, haalt hem uit je blikveld zonder dat hij in de vrieskou belandt. Dezelfde glas-en-kaarttruc werkt daar net zo goed.
Ben je in het voorjaar of de zomer, dan is buitenzetten een veel kleiner probleem. Het verschil tussen binnen en buiten is dan klein, en een spin heeft tijd om zich aan te passen. Het advies om het nu even niet te doen, is vooral een herfst- en winteradvies.
Liever minder spinnen binnen
Wie er volgend jaar minder wil zien, kan beter aan de voorkant iets doen dan aan de achterdeur. Koomen gaf eerder bij de NOS het advies om ramen en deuren in de nazomer zo veel mogelijk dicht te houden en kieren rond kozijnen af te dichten. Spinnen komen vooral binnen via open ramen en naden.
Daarnaast helpt het om minder licht naar buiten te laten schijnen ’s avonds. Licht trekt insecten, en waar insecten zijn, komen spinnen op af. Een gordijn dicht zodra het donker is, scheelt dus prooi bij je raam en daarmee spinnen. Zuig je spinnenwebben weg, kijk dan eerst of er nog iemand thuis is, en vang die liever even op.
Eerlijk gezegd vinden wij het goed nieuws dat de diervriendelijkste keuze ook de minste moeite kost. Glas en kaart pakken, de trap op naar zolder, klaar. Of gewoon laten zitten tot de paartijd voorbij is, want eind oktober wordt het vanzelf rustiger.