Schaduwplanten voor een groene tuin die regen goed verwerkt
Negen schaduwplanten en vier inheemse eetbare soorten voor een donkere tuin, hoe je meet hoeveel schaduw je hebt en waarom een groene schaduwtuin regen beter opvangt.
Een tuin aan de noordkant, onder een grote boom of tussen hoge schuttingen, wordt vaak betegeld omdat er toch niets zou groeien. Dat is jammer, en het klopt niet. Er zijn genoeg planten die het met weinig licht doen, en juist een groene schaduwtuin vangt een hoosbui beter op dan een stenen vlak. Het najaar is bovendien het moment om ze te planten, nu de grond nog warm is en het regent.
GroenVandaag zette op 23 oktober negen schaduwplanten op een rij voor een regenbestendige tuin. Wij vullen die lijst aan met een manier om zelf te bepalen hoeveel schaduw je hebt en met een paar inheemse planten die je ook nog kunt eten.
Eerst meten hoeveel schaduw je hebt
Schaduw is niet overal hetzelfde. GroenVandaag rekent een plek met maximaal twee uur zon per dag als schaduw en rond de vier uur als halfschaduw. Leefmilieu Brussel hanteert in een infofiche over schaduwtuinen een iets ruimere indeling, met minder dan drie uur zon als schaduw, drie tot zes uur als halfschaduw en meer dan zes uur als zonnig.
De Brusselse fiche geeft er een handige methode bij. Kies een dag rond 21 maart of 21 september, als de dag precies twaalf uur duurt. Teken een plattegrond van je tuin en geef elk uur aan waar de zon valt. Aan het eind van de dag tel je per plek het aantal uren zon. Je kunt het ook in een paar keer doen, als je maar steeds op hetzelfde uur kijkt. Ochtendzon en avondzon maken daarbij verschil. Een plek met drie uur ochtendzon is koeler dan een plek met drie uur avondzon.
Negen planten voor de schaduw
De lijst van GroenVandaag bestaat uit drie groepen, planten die het vooral om het blad doen, bloeiers voor de schaduw en planten die zowel in zon als schaduw groeien. Het zijn allemaal vaste planten, dus je hebt er jaren plezier van.
| Plant | Latijnse naam | Groep volgens GroenVandaag |
|---|---|---|
| Mansoor | Asarum | Bladplant voor diepe schaduw |
| Dikkemanskruid | Pachysandra | Bladplant voor diepe schaduw |
| Struisvaren | Matteuccia struthiopteris | Bladplant voor diepe schaduw |
| Kaukasische vergeet-mij-niet | Brunnera macrophylla | Bloeier voor de schaduw |
| Kerstroos | Helleborus | Bloeier voor de schaduw |
| Japanse wasbloem | Kirengeshoma | Bloeier voor de schaduw |
| Voorjaarszonnebloem | Doronicum orientale | Zon en schaduw |
| Gebroken hartje | Dicentra | Zon en schaduw |
| Ooievaarsbek | Geranium | Zon en schaduw |
Combineer bladplanten met bloeiers, dan heb je structuur in het hele jaar en kleur in het seizoen. GroenVandaag geeft nog een trucje mee. Planten met witte bloemen of licht blad verlichten een donkere hoek, omdat ze het weinige licht dat er is terugkaatsen. GroenVandaag noemt het gebroken hartje als voorbeeld. De kerstroos is extra waardevol omdat hij midden in de winter bloeit. Wie nu nog een plekje heeft, kan hem in deze weken planten.
Een praktisch punt bij de wat zeldzamere soorten. Niet elk tuincentrum heeft Japanse wasbloem of mansoor op voorraad. Een gespecialiseerde kwekerij van vaste planten heeft vaak meer keus en kan je vertellen welke soort bij jouw grond past.
Inheemse planten die je ook kunt eten
De lijst van GroenVandaag bestaat vooral uit sierplanten, waarvan een deel van oorsprong uit andere werelddelen komt. Wie liever inheemse soorten plant, vindt in de Brusselse fiche een paar planten die in de natuur in het onderhout of aan de bosrand groeien. De fiche is Belgisch, en de indeling als inheems is die van Leefmilieu Brussel.
- Bosaardbei (Fragaria vesca). Draagt van mei tot oktober kleine, zoete vruchten. Let op bij het kopen. Plantjes met gele bladeren zijn volgens de fiche geen inheemse aardbeien maar een Zuid-Amerikaanse soort met smaakloze vruchten.
- Daslook (Allium ursinum). Groeit in vochtige, schaduwrijke loofbossen en vermeerdert zich sterk, ook via zaad dat door wind en mieren wordt verspreid. Zet hem eerst in een grote pot. De blaadjes zijn lekker in salade, soep of pesto.
- Maarts viooltje (Viola odorata). Geurt zoet, blijft in de winter groen en de bloemen zijn eetbaar.
- Bloedzuring (Rumex sanguineus). Jonge blaadjes kun je gebruiken in salades en soep, of bereiden zoals spinazie.
GroenVandaag noemt daarnaast winterpostelein en wasabi als eetbare planten die prima in de schaduw groeien. Een schaduwtuin hoeft dus geen sierhoek te zijn. Het kan ook een kleine pluktuin worden.
Waarom een groene schaduwtuin regen beter verwerkt
In een versteende tuin loopt een hoosbui over de tegels naar de put of het huis. Een groene tuin doet twee dingen anders, schrijft GroenVandaag. Tussen de planten zakt het water de grond in, en de planten houden met hun blad zelf een deel van de regen vast, die later verdampt. Vaste planten die de grond helemaal bedekken, zoals dikkemanskruid, mansoor en ooievaarsbek, zijn daarom extra nuttig. Ze vormen een groene laag die de bodem open houdt.
De Brusselse fiche voegt er een voordeel aan toe. Onder struiken en bomen is er weinig werk zodra de planten de bodem bedekken, omdat ongewenste soorten dan weinig kans krijgen. Volgens dezelfde fiche groeien deze planten het liefst op een koele, humusrijke bodem. Laat het blad onder de struiken dus liggen, daar maakt het de grond waar ze van houden.
Zo plant je ze in het najaar
- Haal de tegels weg op de plek waar je wilt planten. Ook een strook van één tegel breed langs de schutting maakt al verschil.
- Maak de grond los en meng er een paar scheppen compost of bladaarde door. Schaduwplanten houden van een koele, humusrijke bodem.
- Plant in groepjes van drie tot vijf van dezelfde soort. Dat oogt rustiger en de planten sluiten sneller.
- Geef na het planten één keer goed water, ook als het regent. Daarna doet het najaar het werk.
- Leg een laag blad tussen de planten. Die beschermt de wortels in de winter en voedt de bodem.
Waarom oktober en november zulke goede maanden zijn om vaste planten te zetten, lees je in ons stuk over vaste planten in het najaar planten.