Gezondheid

Wintertijd op 25 oktober: zo past je lichaam zich rustiger aan het donker aan

De klok gaat dit jaar al op 25 oktober terug, zo vroeg als het kan. Waarom de wintertijd bij je lichaam past en hoe licht, slaap en eten de overgang makkelijker maken.

Marit 14 oktober 2026 5 min lezen
Ochtendlicht door een raam op een houten tafel met een kop thee

In de nacht van zaterdag 24 op zondag 25 oktober gaat de klok een uur terug. Om drie uur ’s nachts is het dan weer twee uur. Dat voelt vroeg, en dat klopt ook. De Franse krant Le Dauphiné Libéré rekende uit dat dit de vroegst mogelijke datum is binnen het huidige systeem. De klok gaat altijd terug in de nacht naar de laatste zondag van oktober, en omdat 31 oktober dit jaar op een zaterdag valt, is die zondag al de 25e. Zo vroeg was het voor het laatst in 2020.

Omdat de omschakeling sinds 1998 in heel de Europese Unie gelijk loopt, geldt die datum ook gewoon voor Nederland. En daarna duurt het lang voor de klok weer vooruit gaat. Volgens dezelfde krant valt de zomertijd pas op 28 maart 2027, ruim vijf maanden later.

Wintertijd is de tijd die bij je lichaam past

De meeste stukken over de klok die verzet wordt gaan over wat je kwijtraakt. Wij kijken er liever anders naar, want de wintertijd is eigenlijk de normale tijd. De Hersenstichting pleit al jaren voor permanente wintertijd, omdat die het best past bij ons dag en nachtritme. In de wintertijd krijgen we meer licht in de ochtend, en juist dat ochtendlicht heeft de biologische klok nodig om je wakker en scherp te maken. De stichting verwijst daarbij naar een rapport van het RIVM uit 2018 dat tot dezelfde conclusie kwam.

Dat verandert hoe je naar zondag 25 oktober kunt kijken. Het lastige is niet de wintertijd zelf, maar de overgang. Je biologische klok moet een uur opschuiven, en dat gaat bij de een in een dag en bij de ander in een week. Wie dat weet, hoeft er niet tegen te vechten. Het gaat erom dat je je lichaam een paar duidelijke signalen geeft, en die zijn verrassend simpel.

Licht doet het meeste werk

De biologische klok is een klein gebied midden in je hersenen dat bepaalt wanneer je slaperig wordt en wanneer je honger krijgt. Licht is de belangrijkste knop waar hij aan draait. Als het donker wordt, maakt je lichaam melatonine aan, het hormoon dat je slaperig maakt. Valt er licht in je ogen, dan wordt die aanmaak juist geremd. NPO Kennis noemt daarbij een getal dat ons is bijgebleven. Binnen is het bijna 200 keer donkerder dan buiten, ook als het in de kamer helemaal niet somber voelt.

Daar zit de kans van de eerste wintertijdweek. Je wordt op zondag een uur eerder wakker dan je gewend bent, en het is buiten dan al licht. De Hersenstichting raadt in haar tips voor de wintertijd aan om van dat uurtje te genieten in plaats van te blijven liggen. Sta op en neem rustig de tijd voor je dag begint. Ga je ’s avonds gewoon op je normale tijd naar bed, dan kom je volgens de stichting waarschijnlijk vanzelf weer in je ritme.

Als je dat ochtenduur toch hebt, gebruik het dan buiten. Een kop thee op het balkon, de fiets in plaats van de auto, of een stuk wandelen voor het ontbijt. Het hoeft niets bijzonders te zijn. Zelf vinden we de herfst daar het mooiste seizoen voor, met nevel boven het gras en de eerste kou die je wakker maakt. Wie in de buurt woont kan zelfs een vroege tocht maken naar de burlende edelherten op de Veluwe.

En ’s avonds juist minder licht

De andere kant van hetzelfde verhaal speelt zich af na het eten. Licht in de avond zorgt ervoor dat je lichaam later melatonine aanmaakt, en dan lig je langer wakker. De Hersenstichting zegt er nadrukkelijk bij dat dit ook geldt voor schermen met een blauwlichtfilter. Dim daarom de lampen en leg de telefoon weg in de uren voor je gaat slapen. NPO Kennis noemt minstens twee uur voor het slapengaan als richtpunt.

Voor wie bewust en zonder gedoe wil leven, is dit een prettige gewoonte om in het donkere halfjaar mee te nemen. Een paar kaarsen of een schemerlamp in plaats van het plafondlicht, een boek in plaats van een serie. Het scheelt je wat stroom en je slaap gaat er vrijwel zeker op vooruit.

Regelmaat in slapen, eten en bewegen

De tweede knop van de biologische klok is regelmaat. De Hersenstichting adviseert om op dezelfde tijd op te staan en naar bed te gaan, ook in het weekend. NPO Kennis houdt hooguit een uur afwijking aan. Dat klinkt streng op een zondagochtend, maar juist in de week na de omschakeling helpt het je klok het snelst op zijn nieuwe plek.

Ook eten en bewegen tellen mee. Op vaste tijden eten en regelmatig bewegen, het liefst overdag, helpt volgens NPO Kennis om je biologische klok in balans te houden. Overdag actief, ’s avonds rustig. Wij zouden er daarom voor kiezen om in de eerste wintertijdweek je maaltijden gewoon op de klok te houden. Eet je normaal om zes uur, eet dan op zondag ook om zes uur, ook al voelt je maag dat het eigenlijk zeven uur is. Na een paar dagen loopt je honger vanzelf weer gelijk met de klok.

Wanneer het niet vanzelf gaat

Voor de meeste mensen is de overgang na een paar dagen vergeten. Toch is het goed om te weten dat het niet voor iedereen makkelijk is. Volgens de Hersenstichting heeft een op de vijf mensen in Nederland langdurig last van slaapproblemen, en voor hen kan elke verschuiving van de klok net te veel zijn. Blijf je weken na 25 oktober slecht slapen, dan is dat een reden om met je huisarts te praten. Het ligt dan vaak niet aan dat ene uur.

En dan is er nog de vraag of de klok over een paar jaar nog verzet wordt. Le Dauphiné Libéré herinnert eraan dat het Europees Parlement in maart 2019 voor het afschaffen van de omschakeling stemde, maar dat het voorstel daarna is blijven liggen en voorlopig niet terugkomt. Tot die tijd verzetten we de klok twee keer per jaar. Wie zondag het extra ochtenduur gebruikt om naar buiten te gaan, haalt er in elk geval het beste uit.