Kweekvis als duurzaam alternatief: waarom experts het VN-plan absurd noemen
De VN wil viskweek met 75 procent laten groeien. Een nieuw rapport rekent voor dat bijna de helft van de wilde vangst dan als voer eindigt.
Kweekvis geldt al jaren als het verstandige alternatief voor leeggeviste zeeën. Koop je zalm uit een kwekerij, dan laat je de wilde vis met rust, is het idee. Een nieuw rapport zet daar een streep door, en de rekensom erachter is zo simpel dat je je afvraagt waarom hij zo weinig wordt gemaakt: om roofvissen te kweken vermaal je eerst andere vis tot voer.
The Guardian beschreef donderdag de analyse van de Changing Markets Foundation, die de groeiplannen van de landbouworganisatie van de Verenigde Naties doorrekende. De uitkomst: bijna de helft van de wereldwijde wilde visvangst zou in het slechtste geval in de voerzak eindigen.
Wat de VN van plan is
De FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de VN, wil de productie uit viskwekerijen met 75 procent laten groeien tot 2040. Dat is onderdeel van een programma dat de organisatie zelf blue transformation noemt en dat de groeiende vraag naar vis en schaaldieren moet opvangen zonder de zee verder uit te putten. Kweek levert nu al meer dan de helft van alle waterdieren die wereldwijd worden gegeten.
Het probleem zit in wat er niet in het plan staat. De FAO heeft niet vastgelegd welke soorten die groei moeten leveren. Zalm en garnalen zijn van nature carnivoor en eten in een kwekerij vismeel en visolie, gemaakt van kleine wilde vis als ansjovis en sardines. Mosselen, oesters en een aantal zoetwatervissen hebben daar nauwelijks iets van nodig. Dat verschil bepaalt alles, en juist daar laat het plan de deur openstaan.
De rekensom in tonnen
Onderzoekers van de University of British Columbia rekenden samen met de stichting verschillende routes naar dat groeidoel door. De uitkomsten lopen ver uiteen, en dat is precies het punt.
| Scenario | Wilde vis als voer per jaar in 2040 |
|---|---|
| Huidige trends zetten door | tot 34,6 miljoen ton |
| Groei vooral in zalm, garnalen en andere voerintensieve soorten | 41,4 miljoen ton, gelijk aan 46 procent van de wereldwijde wilde vangst in 2020 |
| Groei vooral in soorten die weinig voer nodig hebben | ruim onder het niveau van 2020 |
Tara Ganesh van Changing Markets vatte het samen als een netto verlies aan vis en aan voedingswaarde. Dat is geen retoriek maar rekenkunde: er gaan meer kilo’s vis in dan eruit komen. Het volledige rapport staat onder de titel Growth without Guardrails op de site van de stichting.
Waarom het niet alleen om vissen gaat
De kleine vis die tot vismeel wordt vermalen is in grote delen van West-Afrika gewoon eten. In Senegal, een centrum voor de productie van vismeel, daalde de visconsumptie per persoon tussen 1999 en 2019 met meer dan tien kilo per jaar. Een eerder onderzoek van dezelfde stichting schatte dat er in West-Afrika jaarlijks genoeg vis in de voerfabriek verdwijnt om 33 miljoen mensen te voeden. Elisa Morgera, VN-rapporteur voor klimaatverandering, noemde het gebruik van voedzame vis voor vismeel in juni in een rapport aan de VN-Mensenrechtenraad in Genève een serieuze zorg op het gebied van mensenrechten.
De FAO erkent dat groei die zich concentreert in voerintensieve soorten de druk op wilde vis opvoert, maar zegt dat het groeidoel dat niet veronderstelt en bestrijdt dat er waarborgen uit de richtlijnen zijn geschrapt.
Wat het woord kweekvis op een verpakking wel en niet zegt
Hier wordt het praktisch. Kweekvis is geen categorie maar een verzamelnaam voor systemen die nauwelijks iets met elkaar te maken hebben. De vraag die telt is niet of een vis gekweekt is, maar wat die vis heeft gegeten.
- Schelpdieren als mosselen en oesters filteren hun voedsel uit het water. Er komt geen voerzak aan te pas, en dit is verreweg de zuinigste kant van het schap.
- Zoetwatervissen als karper en tilapia krijgen voer dat grotendeels plantaardig is. Niet perfect, wel een orde van grootte minder belastend dan de kop van de lijst.
- Zalm, forel, zeebaars en gekweekte garnalen zitten aan die kop. Hier is vismeel en visolie nog steeds de basis van het rantsoen.
- Een keurmerk zegt iets over de kwekerij, niet over de rekensom van het voer. ASC certificeert kweek en MSC wilde vangst, en beide stellen eisen aan herkomst, maar geen van beide maakt van een carnivore vis een vegetariër.
Producenten hebben de hoeveelheid wilde vis per kilo kweekvis in de loop der jaren flink teruggebracht. Ganesh wijst er terecht op dat dit niets zegt over het totaal: als de productie sneller groeit dan het rantsoen krimpt, gaat er onder de streep meer vis in. Dat is dezelfde valkuil als bij zuiniger auto’s die vervolgens meer kilometers rijden.
Wat ik ervan vind, en wat het voor je boodschappen betekent
Ik ben geen voorstander van boodschappenlijstjes met verboden. Wat mij aan dit rapport bevalt, is dat het de keuze verschuift van een moreel oordeel naar een praktische vraag: welke vis kost het minste andere vis. Dat is een vraag die je bij de visafdeling in twee seconden kunt beantwoorden zonder app of certificaat, want schelpdieren zijn schelpdieren.
Concreet zou ik zalm en garnalen behandelen als wat ze zijn, namelijk het dure eind van de keten, en mosselen vaker als hoofdgerecht zien in plaats van als hapje vooraf. Wie sowieso minder dierlijke eiwitten wil eten vindt in ons stuk over peulvruchten de goedkoopste vervanger die er is, en wie zijn hele weekmenu wil omgooien heeft meer aan onze boodschappenlijst voor onbewerkt eten dan aan een enkel voornemen bij de viskraam. Wat je precies nodig hebt aan vis per week staat neutraal beschreven bij het Voedingscentrum.
Het cijfermateriaal in dit stuk gaat over de wereldmarkt en over West-Afrika, niet over Nederland. Voor Nederlandse consumenten is het directe effect klein: wij eten weinig vis vergeleken met de kustlanden waar deze discussie het hardst aankomt. Maar de zalm in het schap komt uit dezelfde keten, en het is die keten die met 75 procent zou moeten groeien.